november 2012

De week van Siebelink

"Charmant warrig tijdens het praten en met net zulke dandyeske vuurrode schoenen aan zijn voeten als zijn personages dragen."

Natuurlijk had ik de naam van schrijver Jan Siebelink al vaak gelezen en gehoord. Net zoals de titel van zijn roman Knielen op een bed violen. Maar gelezen had ik nog nooit iets van hem, ondanks alle jubelende commentaren. Het trok me niet. En dat is prima want smaken mogen verschillen.

 

Maar toen. Siebelink zou de bibliotheek van Hengelo bezoeken en dat leek me een goede gelegenheid om zijn werk te verkennen.

Ik begon met Een lust voor het oog uit 1977, vorig jaar in mijn bezit gekomen als onderdeel van de serie De beste debuutromans van de Volkskrant. De roman is een bevreemdend verhaal over een jonge docent die aan zijn eerste onderwijsbaan begint. Deze Jeroen Swijgman is verlegen en stil en voelt zich ongelukkig binnen de schoolwereld waarin hij terecht komt. Die wereld is bevolkt met vreemde mensen die rare dingen doen en zeggen. Tijdens het lezen vertrok ik vaak mijn gezicht, merkte ik. Het leek wel of alle personages paddo’s hadden gegeten en hallucineerden. Later dacht ik, het lijkt wel of de schrijver iets heeft ‘genuttigd’ en nog weer later kriebelde het onder mijn eigen schedel. Misschien knap geschreven dit boek, maar niet mijn smaak. 

 

Vervolgens kocht en las ik Suezkade uit 2008, over hoofdpersoon Marc Cordesius die als docent Frans aan zijn eerste baan begint. Net als de leraar uit het vorige boek, loopt ook hij op de eerste pagina’s rond in mooie kleding en met een rode paraplu. Ik dacht, dit is hetzelfde verhaal als het debuut, alleen 30 jaar later herschreven! Dat idee bleef terugkomen. Niet zo vreemd, nu ik Siebelink tijdens de lezing in bieb Hengelo heb horen vertellen over de autobiografische elementen waaruit zijn boeken grotendeels bestaan.

 

Het leuke aan Suezkade is dat het verhaal zich afspeelt in een stukje Den Haag waar ik zelf woonde, een jaar of 10 geleden. Hij beschrijft veelvuldig het geluid van de tram die vanuit de Laan van Meerdervoort de Zoutmanstraat in rijdt. Datzelfde geluid, over datzelfde stukje trambaan, hoorde ik ook vanuit mijn woning. En het café De Zon in de Van Speykstraat dat personage Marc regelmatig bezoekt, is schuin tegenover het huis waar mijn toenmalige liefje woonde. Ik moet dus honderden keren langs het bewuste pand zijn gelopen.

 

Bijzonder aan Suezkade vind ik de beschrijving van de onderwijswereld. Een heel gesloten maatschappijtje met eigen regels die je niet moet overtreden, want o wee… Zelf heb ik ook enkele jaren in het  onderwijs gewerkt (niet als docent) en hoewel ik daar veel bevlogen en leuke mensen heb leren kennen, vond ik veel elementen uit Siebelinks school herkenbaar.

 

Hoewel ik Siebelinks stijl niet heel prettig vind om te lezen, daar is weer dat bevreemdende effect, bleek Suezkade toch een echte pageturner. Ik heb de bijna 400 pagina’s in enkele dagen gelezen.

Eergisteren, 6 november, zag ik de beroemde schrijver op het podium in bieb Hengelo. Charmant warrig tijdens het praten, vriendelijk en ja – met net zulke dandyeske vuurrode schoenen aan zijn voeten als zijn personages dragen.

 

Het was een interessante kennismaking met dit takje van de Nederlandse literaire boom maar nu snel ik graag weer terug naar mijn geliefde wereld van de historische fictie.