juni 2012

Familieverhalen

Eén van de leuke kanten van een boek publiceren is dat je het verhaal eindelijk kunt laten zien aan familie en vrienden. Ze weten er al jaren van en volgen je vorderingen met interesse maar meer dan van een afstand toekijken en aanmoedigen kunnen ze niet. Totdat het boek er ligt en ze het eindelijk kunnen lezen en op de inhoud kunnen reageren.

 

Deze week was ik op bezoek bij mijn opa’s en oma’s.

‘Mijn vader is één jaar later geboren,’ zei opa L na een blik op de eerste pagina van Véronique, dat begint in het jaar 1882. ‘Hij heette Berend, je oom is naar hem vernoemd.’ Even waren we druk met thee en koekjes en andere gespreksonderwerpen totdat opa in zijn herinneringen dook en vertelde dat er nog een Berend L was geweest, een hagenprediker. Misschien zegt dat woord u niets maar met mijn lange lijst van gelezen geschiedenisboeken heb ik er direct een beeld bij. Het was vast in de tijd van de Spaanse overheersing (láng geleden dus) toen het katholieke geloof het enige geoorloofde geloof was en de hervormden in het geheim in het vrije veld bijeenkwamen om te luisteren naar de verboden preken van de hagenpredikers. Tjonge, die Berend L.

 

‘En er was ook een Berend die als wapensmid meeging naar Rusland met het leger van Napoleon. Die heeft de slag aan de Berezina meegemaakt.’ Dat was aan het begin van de 19e eeuw, wist ik zo uit mijn hoofd. Maar ik wist ook dat die veldtocht naar Rusland een hel was. Napoleons leger kwam om van de kou en van de honger. En één van mijn verre familieleden was daarbij? De kans dat hij het overleefde is nihil maar daar ben ik opa op dat moment naar vergeten te vragen.

 

De andere opa en oma wonen op een steenworp afstand dus daar liep ik aansluitend naartoe. Zij konden niet op mijn cadeauexemplaar van Véronique wachten en hadden het boek zelf al gekocht. Twee boekenleggers op enkele bladzijdes van elkaar staken eruit. ‘Als ik het wil pakken, zit je oma er alweer in te lezen,’ lachte opa. Ze hadden het al bijna uit. ‘Dat tonnenstelsel waar je over schrijft, in Amsterdam, dat kennen wij ook nog wel,’ zei opa. ‘In Leeuwarden, waar familie woonde, daar hebben we het jarenlang meegemaakt.’ ‘Ja, dan tilde de tonnenman zo’n ding op zijn schouder en liep er het hele huis mee door,’ vulde oma aan, ‘en die gang was zo lang, wel zes meter. Soms morste er wel eens wat. En als je visite had, een huis vol, dan was de ton natuurlijk zo vol, dan moest de urine eruit gegoten worden en bleef alleen de dikke drab onderin liggen. Dan kon je weer naar de wc.’

 

Heerlijke verhalen vind ik het. Het grappige is dat ik de opa’s en oma’s natuurlijk vaak over ‘vroeger’ heb gevraagd. Soms kreeg ik wat details, een korte anekdote te horen, maar nooit eerder zo levendig en uitgebreid. Kennelijk moet je daar eerst een historische roman voor publiceren. Een beetje omslachtig, maar het levert mooie familieverhalen op.