april 2013

Geeltjes

Ruim 80.000 woorden ofwel 230 pagina’s telde mijn manuscript toen ik het enkele weken geleden bij mijn literair agent inleverde voor beoordeling en commentaar. Ik dacht dat ik al een heel eind was. En dat is ook wel zo, getuige de reactie van genoemde agent (“Een uitstekende voortgang en duidelijk een boek in wording”) waar ik blij mee was als een kind dat iets mag uitkiezen in de snoepwinkel. Maar er was ook nog volop werk te verrichten.

 

Tijd om weer aan de slag te gaan. Normaal plof ik het liefst zomaar ergens midden in het manuscript, op een plek waar nog wel een spannende of romantische passage in te voegen valt. Op maandag is dat bij pagina 50, op dinsdag een scène op pagina 200. Ik werk dus heen en weer en ik laat me leiden door mijn ingeving van dat moment.

Maar deze keer niet. Nu pakte ik het gestructureerd aan. Ik begon met printen en toen met lezen. Van voor af aan en zonder pagina’s over te slaan. Met een blok geeltjes naast me en een pen in de hand.                                                          

Inmiddels staan de 230 pagina’s vol met kleine en grotere correcties, zoals een paar verbindende zinnen tussen de scènes, of de aantekening om een hoofdstuk bondiger te herschrijven, of om een dosis historisch detail toe te voegen. Maar belangrijker zijn de geeltjes bovenaan de bladzijdes waarop ik aangeef dat hier een nieuw hoofdstuk moet worden ingevoegd. Of dat er hier eerst een scène moet komen waarin wordt teruggeblikt op iets van drie hoofdstukken terug. De geeltjes staan vol met gouden ideeën die van het manuscript een boek moeten maken: een meeslepend, goed uitgewerkt, niet weg te leggen historische roman.

Al met al was het veel meer werk dan ik had verwacht, en eerlijk gezegd ook niet het leukste aspect van het schrijven. Maar het is klaar. Schouderklopje voor mijzelf. 

 

Nu hoef ik enkel die opdrachten aan mijzelf uit te schrijven. Het lijkt bijna makkelijk; het is veel werk, maar niet erg moeilijk want het uitdenken is immers al gedaan.

U hoort nog wel van me of ik dat juist inschat.