6 juni 2014

Lovely Scotland

Naar Schotland ga je meestal niet voor het mooie weer, maar het kan ook meezitten. Tijdens onze tien dagen daar, viel er maar twee keer een buitje; tijdens beide zaten manlief en ik net ergens binnen aan een versnapering. Verder werden we getrakteerd op veel zon en aangename temperaturen.  

 

Onze route liep vanaf Newcastle (ferry) via Edinburgh omhoog naar de Highlands en naar Speyside: het mekka voor whiskyliefhebbers. Op het programma stonden Aberlour, Glenfiddich, Glendronach en de Cooperage, waar de vaten voor de distilleerderijen worden gemaakt. Ook als je zoals ikzelf geen whisky lust, zijn deze bedrijven boeiend om te bezoeken. Ze liggen prachtig en de authentieke werkwijze en de trots van de medewerkers voor hun product zijn bijzonder om te ervaren.

 

Op onze route deden we enkele kustplaatsjes  aan en bleven we een paar dagen in Edinburgh, wat mij betreft één van de prettigste steden die er zijn. Groot genoeg om alle soorten vermaak te bieden maar ook omringd door zee en groene heuvels zodat je altijd iets van natuur ziet, en boordevol historie. 

 

Eén van mijn favoriete plekken in de stad is Mary King’s Close: een eeuwenoud, inmiddels ondergronds gelegen stuk Edinburgh waar je nog kunt zien en voelen hoe de armste sloebers vroeger leefden.

Ook de Royal Botanic Garden was prachtig: een enorm uitgestrekt park dat vrij toegankelijk is. Alleen voor de kassen moet betaald worden. Ik heb laatst Het hart van alle dingen van Elizabeth Gilbert gelezen, over de geschiedenis van botanie; in het park en zeker in de kassen bij de mossenafdeling kwam dat boek voor mij tot leven.

Brutale eekhoorns hebben ze er trouwens ook; die lopen recht op je af, bedelend om iets te eten.  

 

Ook een aanrader is het museum The National Gallery, opnieuw gratis toegankelijk, waar verschillende wereldberoemde schilderijen hangen. Zo zag ik er het portret van de moeder van Napoleon Bonaparte (Madame Mère) dat ik al vaak in boeken ben tegengekomen. Ook hing daar het doek Jonge vrouw in bed dat Rembrandt van zijn minnares en dienstmeid Geertje Dirckx maakte.

 

Een prettige ontwikkeling is de verbetering van de horeca. Negen jaar geleden was ik voor het laatst in Schotland en toen was het in de dun bevolkte Hooglanden bijna onmogelijk om iets eetbaars op je bord te krijgen. Het was alleen maar vet en vies en om van te rillen (behalve in de Indiase restaurants die echt ons toevluchtsoord werden).

Deze reis hebben we ook in de kleinste en meest noordelijk gelegen dorpen heel prima gegeten.

 

Hoewel ik niet op inspiratiereis was ─ in tegendeel, dit was nu eens echt vakantie, het liefst met de hersenactiviteit zoveel mogelijk op een laag pitje ─ kwamen de ideeën vaak in mij op.

Het afwisselend ruige en dan weer lieflijke landschap, met zijn vele kerkjes met eeuwenoude begraafplaatsen en kasteelruïnes, fluisterde mij als een muze in het oor.

Ik luisterde verrukt en liet het dan weer gaan.

Dag mooi Schotland, tot de volgende keer.