13 mei 2014

Op de Libelle Zomerweek

Daar stond ik gisterochtend. Op de Santa Montefiore─stand waar ook geselecteerde andere titels van uitgeverij Boekerij werden verkocht, waaronder mijn boeken, en die werd bemand door de medewerkers van Bruna Almere.

Ik was zondag bang geweest dat het de hele dag zou regenen, maar vanaf het moment dat ik op de houten plankieren tussen honderden vrouwen doorliep, op zoek naar de tent waar ik moest zijn, bleef het droog. Dat was een geluk.

Wel was het heel koud en het waaide stevig. Mijn leuke voorjaarsjurk bleef die morgen dus al in de kast hangen en ik droeg mijn warmste wollen broek, met een maillot eronder en vier lagen van boven, plus een windstoppend leren jasje. Later was ik blij met de handschoenen die Marjolein, marketingmanager van Boekerij, me terplekke uitleende. Want signeren met verstijfde vingers lukt niet.

Daar kwam ik immers voor: mijn boeken signeren.

Het begon meteen goed. Er was een leuke statafel voor mij en collega-auteur Nathalie Pagie ingericht, er hing een mooie poster van ons aan de wand en onze boeken lagen verleidelijk te shinen.

 

 

Daar kwamen de Zomerweekbezoeksters aan. Ik stond gereed, met verwelkomende glimlach. En ja, twee vrouwen liepen naar mijn tafeltje toe.

‘Mag ik wat vragen?’

‘Natuurlijk!’ antwoordde ik, met mijn pen signeerklaar.

‘Waar zijn de toiletten?’

 

Mijn aanwezigheid achter het tafeltje leek eerder af te stoten dan aan te trekken, merkte ik al snel. Nathalie deed het beter, die stond naast de boekenberg bezoekers aan te spreken en deed voor zover ik kon zien aardig goede zaken. Dat moest ik dan ook maar doen. De stoute schoenen aan, het gratis ‘Lekker Lezen Magazine’ van Boekerij in mijn armen en dat uitdelen en ondertussen interesse voor Opstand proberen te creëren.

Niet makkelijk.

Ik zeg het eerlijk, voor mij voelt dat alsof ik sta te leuren met mijn boek. Het voelt opdringerig en het is niet fijn wanneer mensen je aankijken alsof je ze een lepel levertraan aanbiedt, wanneer je vraagt of ze misschien van historische romans houden. Wanneer ze uit zichzelf uitgebreid je boek bekijken en je dan vertelt dat jij het hebt geschreven, en dat ze het daarna weer wegleggen. En dan zijn er nog de vele (!) vrouwen die zeiden: ‘Ik koop geen boeken meer, ik heb nu een e-reader.’

Ik vroeg aan een enkeling: ‘En koopt u die e-boeken dan ook?’

‘Neehee, daar heb ik zo’n site voor.’

Ik zei het maar niet, vanwege de goede sfeer, maar ik dacht wel: dat is dus stelen, dames. Van de schrijvers en van de uitgevers. Hoe denkt u dat die verhalen tot stand komen? Zomaar via een minuutje in de magnetron?

 

Gelukkig waren er ook dames die wel van het historische genre houden, en die er voor wilden betalen.

De eerste die Opstand wilde hebben, nam ook gelijk Véronique mee. ‘Ik ben dol op historische romans,’ zei ze. Ik schreef iets aardigs in de boeken, met verkleumde vingers, en was haar heel dankbaar.

Er waren er meer. Ik herinner mij Trijn, Marijte, Judith, Eva en Pytsje en diverse lezeressen van wie ik het gezicht nog voor me zie maar de naam ben vergeten. Ze leken blij met mijn boeken en ik was blij met hen.

 

Het was een bijzondere ervaring. De stand was prachtig ingericht, Boekerij had zijn best gedaan, de mensen van Bruna Almere waren aardig en enthousiaste boekverkopers, en collega-schrijfster Nathalie leek zich prima te vermaken maar ik… Ik zit liever hier in alle alleenzaamheid in mijn schrijfkamer een stukje te tikken en zo meteen weer aan een nieuw verhaal te werken.