maart 2012

Passie voor het verhaal

"Als je je hart verpand hebt aan een geschiedenis, waar of niet, wil je die liefde delen, anderen ermee besmetten."

Tijdens de afgelopen Boekenweek bezocht ik in theater De Bond in Oldenzaal het Twents Lezersfeest 2012. Arthur Japin, Ernest van der Kwast en Jaap Scholten verblijdden hun publiek met een stukje voorlezen (in Japins geval een voordracht, bijna een onemanshow) en achtergrondinformatie over hun laatst verschenen boek. Vaslav, Mama Tandoori en Baron Kameraad kwamen in geuren en kleuren tot leven. 

 

Het was een geslaagde avond! Japin zoog je met zijn passie en overtuigingskracht de wereld van Vaslav binnen. Knap. Van der Kwast was luchtig en grappig en de dame die naast mij zat vond hem geloof ik héél leuk, te oordelen naar haar gegiechel. Ach, daar zal ik niet flauw over doen, ik hoef alleen maar terug te denken aan afgelopen zomer toen ik John Boyne tijdens Manuscripta mocht ontmoeten. Ik voelde dat ik wel een heel verhit hoofd had en dat mijn grijns bijna groter was dan mijn gezicht. Ik hoorde mezelf ratelen tegen die door mij zeer bewonderde auteur en poogde echt om rustig, rustig, RUSTIG te worden en te spreken maar… dat is me niet gelukt. Dus mevrouw, giechel maar raak (en Ernest van der Kwast is ook best leuk).

 

De derde schrijver die op de sofa ‘on stage’ aanschoof was Jaap Scholten, winnaar van de Libris Geschiedenis Prijs van 2011. Na de meeslepende voorstelling door Japin en de luchtige grappenmakerij van Van der Kwast was hij bijna onhandig en ietsje stuntelig. En dat was eigenlijk heel charmant. Scholten praat veel met zijn handen, alsof hij daarmee de juiste woorden wil opwekken want zo soepel als zijn schrijftaal is, zo moeizaam wist hij soms te verwoorden wat hij wilde zeggen. (En ook dat herken ik wel; als er zoveel is dat je kunt vertellen en als voorbeeld kunt aandragen, wat kies je dan? Als je je hart verpand hebt aan een geschiedenis, waar of niet, wil je die liefde delen, anderen ermee besmetten. Maar hoe?) 

 

Hoe verschillend de drie auteurs en hun werk ook zijn, ik zag een opvallend gemeenschappelijk kenmerk: hun passie voor het verhaal.

Als medeschrijver (ja natuurlijk, beginnend en nog onderaan de trap, maar ook minstens zo gepassioneerd voor het vak als de grote heren) herken ik die passie. De drijfveer die je telkens weer naar je computer of schrijfblokje laat grijpen. De reden waarom je op zonnige voorjaarsdagen ‘nee’ zegt tegen een koel glas op een terras en ‘ja’ tegen je manuscript. Het verhaal en de personages vergezellen je dag en nacht. En wanneer je denkt, nu even niet, even bijtanken en leven in de echte wereld, dan trekt het verhaal alweer aan je mouw. Onzichtbaar maar ijzersterk. Ikzelf voel het elke dag toenemen. Zelfs al is Véronique nog niet tot de laatste letter klaar, mijn nieuwe personages staan al in de coulissen. Trappelend van ongeduld om het toneel op te mogen, smekend om karaktertrekken, locaties en liefdes. De passie voor het verhaal overwint, altijd, en het is voor een schrijver heerlijk om zich daaraan over te geven.