5 december 2014

Weg ermee

Het manuscript van Het huis met de blauwe luiken is weg. Terechtgekomen in de mailbox van mijn redacteur en verdwenen uit mijn licht overspannen focus. Zoals steeds wanneer ik voor een inleverdeadline zit, was het halen daarvan weer een flinke uitdaging. Dat heeft niet zoveel te maken met een slechte planning (ik ben juist een strakke planner) maar met de noodzaak van veel uren maken om in het verhaal te blijven. Wat goed is voor het verhaal is niet goed voor mijn wat krakkemikkige lichaam. Zoals de tandarts gisteren nog opmerkte, kon ze zien dat mijn weerstand laag was. Dus laveer ik die laatste weken voor de Grote Inleverdag tussen ziekdagen en hazenslaapjes door om personages en verhaal alles mee te geven wat ik wil.

 

En het is weer gelukt. De opluchting en blijdschap, zelfs trots, zijn groot.

Nog wel, totdat de gebruikelijke twijfel mijn hoofd binnensluipt. Zou mijn redacteur de nieuwe toevoegingen wel leuk vinden? Zou ze bij herlezing niet besluiten dat ze bij haar eerste beoordeling in oktober te mild is geweest? En de persklaarmaker, stel dat die het verhaal maar suf en gaap vindt. Wat dan?

 

Waarom schrijf je nog, als het zo’n lijdensweg is? vraag je je misschien af. Omdat níet schrijven nog veel erger is! Wat zou ik moeten zonder mijn verzonnen werelden en vrienden?

 

Toch is het fijn om dat alles nu even los te laten. Om de laatste weken van het jaar zonder haast te kunnen brainstormen over toekomstige boeken en over manieren om die onder de aandacht te kunnen brengen. Het is fijn om ook weer meer tijd te hebben voor plezierlezen en voor dingen als naar de film gaan (My Old Lady, volgende week) en mijn opa’s en oma’s te bezoeken. Ja, dat is fijn. Maar terwijl ik dit schrijf, weet ik al waar ik komende week mee aan de slag ga. Met het vervolg op Het huis met de blauwe luiken. Want schrijvers kunnen het schrijven nu eenmaal niet laten.