januari 2012

Welkome hulp

Of ik het niet vervelend vind wanneer uitgeverijmedewerkers zich met de inhoud van mijn boek bemoeien, wordt mij nogal eens gevraagd. ‘Helemaal niet’, is daarop altijd mijn antwoord, wat meestal verbazing wekt bij de vraagsteller. En dat verbaast mij dan weer. 

 

Maar stel u eens voor dat het uw grootste wens in het leven is om auteur te zijn en boeken te schrijven die bij een échte uitgeverij verschijnen. Met echt bedoel ik; een grote uitgeverij, een met geschiedenis, een wiens naam een belletje laat rinkelen en wiens uitgaven ‘automatisch’ in winkels in heel Nederland terechtkomen.
Stel dat dat uw droom is. Dat u daar jarenlang alles op inzet. U schrijft en schrijft tot uw vingers verkrampen, uw rug pijnlijk krom buigt en u besteedt er al uw vrije tijd aan. Elk weekend, elke vakantie. En dan is uw boek af, u stuurt het op naar enkele geselecteerde uitgeverijen en ontvangt na maanden van tergende spanning… een afwijzing. De ene na de andere zelfs.

 

Stel u voor dat u maar heel eventjes bij de pakken gaat neerzitten en alweer snel met een volgend boek begint. Een dat nog beter en spannender moet worden. En dat u desnoods in eigen beheer gaat uitgeven. Want ook al is dat niet het ‘echte werk’, u wilt hoe dan ook boeken maken.

Stel u dan eens voor dat op het moment dat u het echt niet meer verwacht, u wordt gebeld of gemaild door een redacteur van zo’n grote, échte uitgeverij. Iemand die u de kans biedt om een boek te schrijven dat zij zullen uitgeven. Dan zou u toch een gat in de lucht springen? En ontzettend hard aan de slag gaan? En die redacteur en al diens collega’s wel willen zoenen omdat zij uw droom gaan waarmaken?

 

Ik wel in elk geval. Dus daarom vind ik het niet erg dat zij zich met de inhoud van mijn boek bemoeien. Want weet u, ze zijn hartstikke goed in hun werk en ik zou wel gek zijn als ik hun hulp en ideeën afwees. Toch?