Leestips

Ik lees veel en graag en wat mij betreft zijn onderstaande titels zeer de moeite waard.



februari 2017

Dagboek van een provincievrouw

E.M. Delafield, uitgeverij Karmijn

Ik was direct verliefd op het omslag van dit boek toen ik het op twitter eens voorbij zag komen. Dat liet ik weten, en de uitgever van Karmijn vroeg mij of ik het wilde lezen en recenseren. Tuurlijk!

Dagboek van een provincievrouw is een niet te dik boek in dagboekstijl. Het is oorspronkelijk geschreven in de jaren 1920 als feuilleton voor het feministische damesblad Time and Tide. Achterin deze eerste Nederlandstalige uitgave staat een korte biografie van schrijfster Delafield. Ik zou aanraden dat als eerste te lezen, ik vond het heel interessant. Of beter gezegd, die Edmée Delafield was heel interessant. Van adellijke komaf, met een moeder die ook al romanschrijfster was. Delafield studeerde volgens de biografie criminologie, woonde in Azië, zat in de directie van Time and Tide en schreef vele romans, toneelstukken en dus ook dit feuilleton. Wat een indrukwekkende lady!

Wat mij verbaast, is dat dit Dagboek van een provincievrouw als 'sterk autobiografisch' wordt omschreven. Nu had Delafield wellicht net als haar 'ik' in het dagboek een echtgenoot, een zoon en een dochter, en een huis vol bedienden, maar Delafield klinkt als een bijzonder, vooruitstrevend en hardwerkend persoon, dat klopt absoluut niet met het leven van de 'ik' in het dagboek.

 

Nu naar de inhoud. In een klein jaar houdt 'ik' de lezers op de hoogte van haar bezigheden en gedachten. Haar man Robert is rentmeester voor Lady B. en ze wonen in een huis dat vast bij het landgoed zal horen en waar aardig wat personeel woont en werkt: er is mademoiselle die voor dochter Vicky zorgt, er is dienstbode Ethel en de kokkin. 'Ik' beklaagt zich over Robert die niet naar haar lijkt te luisteren, nogal saai is en steevast boven zijn krant in slaap valt (maar zelf heeft ze ook geen interesse in hem en zijn bezigheden). Het dagboek begint met de bloembollen die 'ik' in potten doet en in de kelder plaatst. Die bloembollen die maar niet willen uitgroeien zijn van grote zorg voor 'ik', vooral omdat de dames in het dorp zo op elkaar letten en mooie tuinen, planten en groene vingers hebben erg hoog staan aangeschreven in de Engelse cultuur waarin 'ik' leeft. Een klein jaar later is 'ik' alweer bezig met bloembollen planten en maakt zich zorgen of ze deze keer wél uitkomen.

Verder is 'ik' vooral druk met dames uit het dorp ontvangen voor thee met kletspraat, en bij andere dames op bezoek gaan voor thee met kletspraat. Daarbij doet 'ik' erg haar best om belezen en intelligent over te komen (hoewel ze erg aan haar eigen capaciteiten twijfelt) en is ze telkens uiterst voorkomend (terwijl ze zich afvraagt waarom men toch niet gewoon eerlijk kan zijn en rechtuit kan zeggen wat men denkt). Tussendoor dagdroomt ze over een grootse indruk maken met nieuwe japonnen (die ze ondanks haar geldzorgen telkens aanschaft, en dan staan ze toch niet zo flatteus als ze had gehoopt), over reisjes naar mondaine oorden (waar ze heengaat maar dat in de praktijk weer heel anders uitpakt dan vooraf gedacht) en laat ze zich nogal koeioneren door de vrouw van de dominee en door lady B (en wenst telkens dat ze anders zou doen dan ze daadwerkelijk doet).

 

De levensstijl van 'ik' en haar dorpsgenoten is totaal anders dan die van ons nu, maar tegelijkertijd is heel veel hetzelfde gebleven. Welke vrouw heeft er niet een nieuw jurkje of paar hakken gekocht terwijl de bankrekening (bijna) rood stond. Ik vaker dan ik wil, net zoals 'ik'. Ook in veel andere opzichten lijkt het boek heel modern en kun je 'ik' prima begrijpen, en soms is het weer heel erg van vroeger. Dat contrast is interessant om te zien, en doet je bedenken hoeveel er veranderd is (of juist niet...)

 

Wat ik nog niet heb geschreven is dat dit boek echt heel grappig is. Ik heb veel zitten grinniken terwijl ik las. Bijvoorbeeld het citaat van p 6/7 over het ouderbezoek aan zoon Robin die op kostschool zit.

 

11 november - Bournemouth Kom erachter dat, zoals altijd, de geschiedenis zich herhaalt. Zelfde hotel, zelfde krankzinnige gejaag door de school op zoek naar Robin, zelfde verzameling ouders, van wie de meeste ook in het hotel verblijven. Bespeur sterke neiging precies dezelfde opmerkingen uit te wisselen met medeouders als vorig jaar, en het jaar daarvoor. Heb het hierover met Robert, die geen antwoord geeft. Misschien is hij bang in herhaling te vallen? Hetgeen leidt tot de volgende Vraag: Neemt Robert wat ik zeg wellicht toch in zich op, ook al geeft hij geen antwoord?

 

Leuk vind ik ook deze twee omslagen van oude Engelstalige edities van Dagboek van een provincievrouw.

Op het een zie je Robert liggen snurken met zijn krant, en de andere geeft goed de roddelsfeer weer van de eeuwige theevisites.

 

 

 

 

 

 

 

 

Omdat Dagboek van een provincievrouw echt als dagboek is geschreven, zijn de zinnen en scènes wat fragmentarisch, als gedachten en reminder voor jezelf, waarbij je niet alles netjes uitschrijft, en waarbij er veel bijzinnetjes zijn alsof de schrijfster zichzelf telkens onderbreekt en corrigeert. Dat is even wennen, maar leest daarna wel makkelijk en zoals gezegd, heel grappig.

 

Zoals dit citaat van pagina 164:

Hij (de butler) werpt bedenkelijke blik op de kachel en ik hoop dat hij er wat meer kolen op doet, maar in plaats daarvan loopt hij weg om weldra vervangen te worden door Lady Magdalen Crimp, die zo'n vijfennegentig jaar oud is en zo doof als een kwartel. Ze is gekleed in het zwart, met een grote bonten cape - zou ik ook doen als ik haar was. Ze haalt een luisterhoorn tevoorschijn, ik praat erdoorheen en ze glimlacht en knikt, maar heeft er duidelijk geen woord van verstaan - wat maar goed ook is, want niets was de moeite waard.

 



juli 2015

Verrukkelijk!

Ruth Reichl, uitgeverij A.W. Bruna

Dit is echt een lekker luchtig boek om lui van te genieten. En vooral met een glaasje wijn of kop thee met een schaaltje lekkers binnen handbereik, want Verrukkelijk! gaat over eten, heerlijk eten.

Hoofdpersoon Billie Breslin is een jonge vrouw die naar New York verhuist en bij het culinaire tijdschrift Delicious een baantje vindt. Het blijkt dat zij een opmerkelijke smaakzin heeft, dus heel goed ingrediënten kan onderscheiden en recepten kan bedenken, maar zelf weigert ze absoluut om te koken. Waarom is natuurlijk het mysterie dat gaandeweg wordt opgehelderd. Ondertussen heeft ze een extra zaterdagbaantje bij een Italiaanse delicatessenwinkel die bevolkt wordt door allerlei leuke types, evenals bij de redactie van het tijdschrift.

Dan wordt het blad opgeheven wegens teruglopende inkomsten, en blijft alleen Billie achter in het redactiepand om teleurgestelde lezers telefonisch te woord te staan. Ondertussen heeft ze een verborgen kamer in de al jaren afgesloten bibiotheek ontdekt. Samen met oud-collega Sammy ontdekt ze een spoor van brieven en gaat op onderzoek uit.

Dit boek is een heerlijke combinatie van lezen over eten, over tijdschriften maken, over New York en over een speurtocht naar het verleden. Verrukkelijk toch?

 

Fragment:

'Proef dit eens.' Thursday duwde een lange houten lepel in mijn mond. Haar ogen namen me nauwkeurig op terwijl ik slikte. Ze had me een luchtige wolk gevoerd, niets anders dan pure textuur, maar terwijl hij vervluchtigde liet hij in zijn kielzog een smaakspoor achter.

'Citroenrasp,' zei ik. 'Parmezaan, saffraan, spinazie.' Ze hield me een andere volle lepel voor, en deze keer, helemaal op het laatst, proefde ik een vleugje van... iets citroenachtigs, maar het was citroen noch verbena. Het had een vage hint van kaneel.

'Kerrieblad!

'Ik ben onder de indruk.' Haar handen lagen op haar smalle heupen en haar stem klonk... Hoe? Sarcastisch? 'Maar ik bedoelde het niet als test. Ik wilde alleen zien of ik op de goede weg ben met deze nieuwe gnocchi.'



juni 2015

De boekhandel

Penelope Fitzgerald, uitgeverij Karmijn

Momenteel is het een trend dat er 'herontdekte' romans verschijnen van auteurs die meestal al jaren dood zijn . Dit boek van Penelope Fitzgerald (1916-2000) is er ook zo één. Een sticker op het boek stelt: 'van alle Engelse schrijvers van de 20ste eeuw is zij onbetwist de allergrootste.' Ze won een keer de Booker Prize en ook De boekhandel stond op de shortlist voor die prijs. Zulke aanbevelingen, dat schept verwachtingen.

Ik koos deze roman in de boekwinkel uit vanwege de cover en omdat op de achterzijde stond dat het in de jaren zestig in een Engels kustplaatsje speelt. Daar in Hardborough wil een weduwe van middelbare leeftijd een boekwinkel beginnen. Mijn interesse was gewekt. Ik ben gek op verhalen die spelen in het Engeland van kort na WOII. Ik moest denken aan het werk van één van mijn favoriete auteurs, Nevil Shute, en ik hoopte dat dit iets dergelijks zou zijn, qua sfeer.

 

Het boek speelt in 1959 en is in een fijne stijl geschreven. In verzorgde zinnen die toch soepel lezen, leef je mee met Florence Green: 'Ze was klein van gestalte, tenger en taai. Van voren zag ze er nogal onbeduidend uit en van achteren al helemaal.'

Florence heeft in de jaren dertig in een boekhandel gewerkt, is inmiddels weduwe en besluit een leegstaand historisch pandje te kopen en in het plaatsje de eerste boekhandel te starten. Het is een opvallende daad in de kleine gemeenschap en veel mensen zijn niet zo enthousiast. Zo is er de bankdirecteur mr. Keble die zijn cliënte graag van advies dient: 'Hoopt u ons dorp een voorziening te geven die het nodig heeft? Hoopt u flinke winst te maken? Of bent u, Mrs. Green, misschien zo iemand die maar wat aanmoddert en geen flauw idee heeft van de enorme veranderingen die ons het komende decennium te wachten staan?'

Ook is er mrs. Gamart, die het plaatselijke sociale leven domineert als een ware koningin. Helaas is mrs. Gamart niet gecharmeerd van mrs. Greens activiteiten. Zij zou het pandje, dat jarenlang leegstond en van binnen ouderwets en vochtig is door de ligging aan zee, graag willen bestemmen voor een kunstencentrum. Mrs. Green zou dan ergens anders wel haar boekwinkel kunnen beginnen.

Gelukkig zijn er in Hardborough ook mensen die Florence Green wel steunen, al zijn ze allen wat zonderling, dus hoeveel ze daaraan heeft?

De boekhandel leest vlot en zit vol sfeervolle details over het leven in Engeland destijds, zoals: 'Om acht uur haalde ze de stekker van haar waterkoker uit het stopcontact en stopte die van haar radio erin.'

 

De opbouw en afwikkeling van het verhaal zijn uiteindelijk nogal absurd. Ik was bij het einde en schoot in de lach omdat het zo merkwaardig afloopt, eigenlijk als een non-verhaal. Net zoals een boodschappenlijstje geen plot kent, zo loopt dit verhaal niet echt af. Het is er gewoon. Een beetje lastig uitleggen, lees en ervaar het zelf maar.

Toch was ik enthousiast, en ik dacht er nog een poos overna. Op internet zocht ik wat informatie over de schrijfster op, en recensies, om te zien wat anderen van dit boek vinden. Ik las over haar leven dat vol moeilijkheden, drama en armoede was, en ergens stond dat ze vaak voor personages koos die nogal sukkelig waren, mislukkelingen of buitenbeentjes. Personages die het niet zomaar meezit in het leven, zoals het ook in haar eigen leven vaak bepaald niet meezat. En als ik met die kennis nog eens naar de opbouw en het einde van De boekhandel kijk, past het daar helemaal in, en klopt het ook. Want zo is het leven.

Een aangenaam boek, dat voor een bijzondere leeservaring zorgt. Anders dan anders, in elk geval.



mei 2015

De grote stilte

John Boyne, uitgeverij Boekerij

Meestal heb ik geen enkele moeite om een leestip te schrijven, maar nu vind ik het moeilijk. De grote stilte is zo indrukwekkend, en ik vond het zo'n intense leeservaring, dat ik dat graag wil overbrengen, maar de juiste woorden voor dit boek laten zich lastig pakken.

Het gaat over het misbruik van kinderen (jongens) door katholieke priesters in Ierland. Een zwaar thema. Hoe maak je daar geen loodzwaar boek van? Boyne koos als zijn hoofdpersonage Odran Yates, een priester. Het is een zachtaardige, teruggetrokken en wat naïeve man. Boyne kiest vaker dergelijke hoofdpersonages; ik moest tijdens het lezen regelmatig terugdenken aan Tristan uit De witte veer, en aan Georgy uit Het winterpaleis. (Ja, ik ken ze allemaal, zo goed. Had ik al laten vallen dat ik een groot fan ben van Boynes werk?)

Net als in zijn wereldberoemde De jongen in de gestreepte pyjama, kiest de schrijver ervoor de dramatische scènes niet te beschrijven. Dus in dit boek het daadwerkelijke seksuele misbruik, en in De jongen de vergassingen in het concentratiekamp. Dat hoeft ook niet, want ieder heeft in zijn hoofd al een beeld van hoe dat is. Juist door iets niet te benoemen, wordt een verhaal soms krachtiger. Of beter te behappen, als het om zoveel gruwelijks gaat.

 

Terug naar het verhaal. Odran is een man die als kind een trauma meemaakt, wat hem zeker bepaalt als man en in zijn leven, en krijgt door zijn moeder een roeping naar het priesterschap opgedrongen. Zoals dat vroeger, ws. ook in de katholieke delen van Nederland, vast vaak gebeurde.

Maar Odran is gelukkig in zijn leven, of in elk geval gelukkig genoeg. Hij is zachtaardig, en weinig seksueel van nature, dus heeft hij geen moeite met het celibaat. Boyne beschrijft een wat merkwaardige periode in Odrans leven waarin hij een Italiaanse vrouw bespioneert en begeert, maar dan weer niet echt lichamelijk. Het geeft in elk geval aan dat Odran zelf compleet onschuldig is waar het het misbruik van jongens betreft.

Maar wist hij er ook niet van? Had hij geen vermoedens tijdens al die jaren '80 en '90 en daarna, toen het misbruik naar buiten kwam en de kerk zijn best deed de bewijzen weg te moffelen.

Dat is de grote vraag die de lezer intrigeert, van begin tot einde. Weet Odran iets? En zo ja, waarom doet hij dan niets?

Door het heen en weer gaan in de tijd leren we Odrans jeugd en zijn leertijd aan het seminarie kennen, waar hij een kamer deelt met Tom, die in 2008 voor de rechtbank staat omdat hij wordt beschuldigd van talloze zaken van kindermisbruik.

Ik vertel er niet meer over. Dit is een boek dat je zelf moet lezen. Geniet van de zinnen, van alle lagen in dit boek, net zoals ik deed. Want o, o, wat is het goed geschreven. En ondanks al het drama, de pijn en ellende die het onderwerp met zich meebrengt, schrijft John Boyne met zoveel tederheid en compassie. Ik denk dat ik dat misschien wel het mooiste aan zijn stijl vind, want ook die mildheid en begrip is terug te lezen in veel van zijn eerdere werk.

Geniet van het boek!

 

Fragment:

2011

Ik had met mijn neef Jonas afgesproken om te gaan lunchen in een café aan St. Stephen's Green. Ik waagde me niet zo vaak meer in het centrum van de stad. Het kon nogal enerverend zijn om me met mijn priesterboord in een menigte te begeven. Zonder uitzondering kreeg ik spottende blikken van zelfingenomen studenten of arrogante zakenlieden toegeworpen. Moeders trokken hun kinderen dichter tegen zich aan en af en toe kwam een vreemde op me af met een provocerende of beledigende opmerking. Ik kon me natuurlijk altijd als leek kleden, mezelf onherkenbaar maken in dat onopvallende tenue, maar nee, dat weigerde ik. Ik zou de verwensingen ondergaan. Ik zou mezelf zijn.



april 2015

Voor jou

Jojo Moyes, uitgeverij De Fontein

Vorige week las ik dit boek in een mum van tijd uit, alle 425 pagina's. Zoef, ging het. Bijzonder, omdat ik het al diverse keren bij mijn schoonmoeder had zien liggen en het had genegeerd. 'Dit is een mooi boek,' zei ze. Ik keek eens naar cover en titel en keek weer weg. 'Dit is echt zo'n mooi, ontroerend verhaal,' vertelde ze een andere keer. Ik trok mijn wenkbrauwen wellicht wat op en zei iets van 'O, ja?'. Pas bij de derde keer, toen ze aankondigde Voor jou met haar leesclub te willen bespreken, reageerde ik echt.

'Echt? Maar. Het ziet eruit als chicklit. Goh, dat jij dat zo leuk vindt...'

'De inhoud past helemaal niet bij de buitenkant,' stelde zij. 'Lees het maar.'

Nog steeds aarzelend las ik eindelijk de achterkant, en nam het maar mee naar huis.

Zo zie je maar, never judge a book by its cover, want wat bleek het een meeslepend en mooi verhaal te zijn. 

 

Op vlotte toon neemt de schrijfster je mee in het leven van 26-jarige Louisa Clark die in een klein Schots dorp leeft, nog steeds bij haar ouders woont, als serveerster in een tearoom werkt en eigenlijk geen dromen of ambities heeft. Gaandeweg leert de lezer de achtergronden van haar levenshouding kennen, maar voor die tijd leert Louisa de 35-jarige Will Traynor kennen. Hij was twee jaar geleden een supersuccesvolle, snelle zakenman in Londen. Naast veel geld verdienen, hield hij van vrouwen en van extreme sporten. Maar een ongeluk maakte aan dat leven een einde. Door een hoge dwarslaesie zit hij in een rolstoel en kan alleen zijn hoofd en nek nog bewegen, en zijn vingers een beetje. Geen wonder dat Will zwaar depressief is en zijn situatie uitzichtloos vindt.

Louisa verliest haar serveerstersbaan, moet geld verdienen maar zonder diploma's is er niets anders dan óf 's nachts in de kipverwerkingsfabriek werken, óf voor een onbekende invalide man zorgen als oppasser.

Ze kiest met zenuwen in haar buik voor het dikbetaalde verzorgingsbaantje en komt terecht in het financieel welgestelde leven van de familie Traynor.

 

Dit heerlijk weglezende boek, met fijne personages, behandelt het thema of een mens zelf voor zijn levenseinde mag kiezen, en dit mag organiseren. Will heeft geen enkele twijfel over zijn doodswens, en Louisa haalt alles uit de kast om hem op andere gedachten te brengen. Om hem te laten inzien dat zijn leven nog steeds waarde heeft.

Een zwaar onderwerp, maar door de luchtige verteltoon is het heel behapbaar en gewoon een heerlijk boek; een heel knappe prestatie van schrijfster Jojo Moyes.

 

Fragment:

  Hij haalde diep adem.

  'Ik ben heel, heel erg bang voor hoe dit zal gaan.' Hij liet dat even tussen ons in hangen, en ging toen met een lage, kalme stem verder: 'Ik weet best dat de meeste mensen denken dat leven zoals ik nu leef het ergste is wat je kan overkomen. Maar het kan nog erger. Het kan zo zijn dat ik niet meer kan praten. Het kan zijn dat ik problemen met mijn bloedcirculatie krijg, en dat er een arm of een been afgezet moet worden. Het kan zijn dat ik voorgoed in het ziekenhuis terechtkom. Dit is geen leven zo, Clark. Maar als ik eraan denk hoeveel erger het nog zou kunnen worden - soms lig ik 's nachts in bed en dan krijg ik geen lucht meer.'

  Hij slikte. 'En zal ik je eens wat vertellen? Dat wil niemand van me horen. Niemand wil het met je hebben over hoe bang je bent [...] 

 



maart 2015

Serafima

Simon Montefiore, uitgeverij Boekerij

Och wat hou ik van historische romans! Ik vind het zo fijn om een meeslepend verhaal te lezen en ondertussen nieuw inzicht in de geschiedenis te vergaren. Het fijne is dat de kennis door middel van personages en verhaallijnen die je bijblijven, ook veel beter blijft hangen. Ik lees ook veel historische non-fictie, maar die inhoud blijft absoluut minder goed plakken in mijn brein.

Hoera voor de historische roman dus!

 

Serafima is een fijn boek dat de lezer meeneemt naar Moskou in het jaar 1945. Ik ben ooit in Moskou geweest, en hoewel ik het geen geweldige ervaring vond, kon ik me de setting van dit boek wel (nog) beter voorstellen. Montefiore, historicus en gelauwerd auteur van non-fictie boeken over Stalin en Rusland, koos nu voor het genre roman.

Serafima, een 18-jarig meisje, zit op School 801: de school voor kinderen van de Sovjetelite. De lezer leert de leerlingen, hun ouders en leerkrachten kennen. De jongeren hebben een geheime club waarin ze verkleed scènes uit het werk van schrijver Poesjkin naspelen. Dat is in de Sovjetstaat al een verdachte activiteit, want niet-communistisch. Twee leerlingen komen om, en een onderzoek wordt ingezet. Eén voor één worden de jongeren en enkele van hun docenten opgepakt en opgesloten in de huiveringwekkende gevangenis Loebjanka. Wie daarin verdwijnt, komt vaak nooit meer boven water; weggezonden naar de goelags in Siberië, of overleden na de gewelddadige verhoringen, of geëxecuteerd.

 

De eerste honderd pagina's vond ik het boek soms nog wat traag maar daarna raak je steeds dieper verzonken in die beklemmende, gevaarlijke wereld waarin niemand te vertrouwen is en Stalin allesbepalend heerst. Behalve over angst en onderdrukking gaat het boek vooral over de liefde. Het is een mooi contrast dat Montefiore beschrijft, tussen die kille staat waarin ieder moet zien te overleven, en de alleroverheersende romantiek die veel van de personages desondanks in hun leven ervaren. 

Het einde van het boek is prachtig en ontroerend. Ik beleefde de laatste hoofdstukken met een traantje in mijn ogen. Heerlijk, als een schrijver je zo weet mee te slepen.   

 

Fragment:

  Een helverlichte kamer. Twee metalen stoelen. Een man met een grotesk gezicht bespikkeld met duizenden kleine rode puntjes, een vooruitspringende kin die leek op de bek van een bulldog, en handen als kreeftenscharen zat tegenover hem.

  'Ik ben kolonel Lichatsjev,' zei de man. 'We hebben jullie kinderen te lief behandeld, maar nu we weten dat jullie misdadigers en vijanden zijn, zullen we jullie op dezelfde manier straffen als volwassenen. Mij kan het niet schelen of je tien of tachtig bent: je geeft antwoord op mijn vragen en je vertelt me de waarheid. Als je liegt of iets achterhoudt, sla ik alle tanden uit je mond. Heb je me begrepen?'



februari 2015

Koekoeksjong

Robert Galbraith, uitgeverij Boekerij

Het is algemeen bekend, maar  ik zal het nog eens vermelden: Robert Galbraith is een pseudoniem van J.K. Rowling, waarmee ze in anonimiteit hoopte te kunnen publiceren. Dat heeft maar even geduurd.

Ik ben een HEEL grote fan van Rowling, ik vind haar verzintalent ongekend groot. Natuurlijk is haar Harry Potter-serie geweldig, maar ik vond haar eerste roman voor volwassenen nog veel beter; Een goede raad staat op deze pagina als leestip van januari 2013 vermeld. Recent las ik het boek nog eens en weer was ik onder de indruk van Rowlings gave om personages en een maatschappij levensecht te beschrijven. Plus ze kan ook nog heel meeslepend schrijven, want uiteindelijk wil ik als lezer dat: meegenomen worden zodat je de echte wereld vergeet en helemaal opgaat in die verzonnen levens.

 

Koekoeksjong is weer een heel ander type boek. Het is het eerste deel van een serie rondom privédetective Cormoran Strike. Ik hou eigenlijk helemaal niet van thrillers maar gelukkig is Koekoeksjong nooit eng of nagelbijtend spannend. Het is meer een romanachtige detective waarin de personages, zoals steeds bij Rowling, goed worden uitgediept en echt tot leven komen.

Cormoran Strike heeft een verleden in het leger, waarbij hij zijn been verloor in Afghanistan. Nu moet hij een nieuw burgerbestaan zien op te bouwen, terwijl er ook net een einde aan zijn relatie is gekomen en hij geen cent te makken heeft. Zijn nieuwe assistente Robin is nog jong maar zeer doortastend, en woont nog maar net in Londen.

Het zijn twee leuke personages die ik graag in de komende boeken wil volgen (het tweede deel Zijderups is al verschenen).

Cormoran onderzoekt in Koekoeksjong of de dood van een beroemd fotomodel wel echt zelfmoord was. Tijdens zijn speurtocht komen er allerlei kleurrijke figuren voorbij en gaat er een hele wereld voor je open.

Een heel fijn boek dat ik amper kon wegleggen.

 

Fragment:

  'Mevrouw Higson?'

  'Zeg maar Marlene, schat.'

  Ze nam hem van top tot teen op, met een lusteloze glimlach en een veelbetekenende blik. Ze droeg een roze lycra truitje onder een grijs sweatvest met rits en capuchon, en een legging die zeker tien centimeter van haar blote, grijswitte enkels liet zien. Ze droeg groezelige teenslippers aan haar voeten en vele gouden ringen om haar vingers; haar gele haar, met meerdere centimeters grijsbruine uitgroei, werd bijeengehouden door een groezelig stoffen haarbandje.

  'Wil je iets drinken?'

  'Doe maar een halve liter Carling, omdat je zo aandringt.'



januari 2015

Tegenlicht

Esther Verhoef, Uitgeverij Anthos

Al vele duizenden lezers gingen mij voor en eindelijk kwam ik ook toe aan deze roman. Ik ben geen thrillerfan en daardoor had ik nog weinig van Verhoef gelezen maar Tegenlicht heeft me zeer verrast. Deze dikke pil van ruim 550 pagina's kon ik amper wegleggen en las ik in een paar dagen uit.

Het verhaal over Vera die als kind wordt gepest op school, een vader heeft die zich zich amper om haar bekommert en een moeder die meestal in een instituut is weggeborgen, is bepaald niet licht van toon. Esther Verhoef heeft het heel mooi en meeslepend geschreven, zelfs zo dat ik er flink door werd geraakt en er somber van werd. Dan was het even tijd om het boek weg te leggen, maar al snel pakte ik het weer op; benieuwd naar hoe het verder zou gaan.

 

Om en om in korte hoofdstukken is de jonge Vera aan het woord en dan weer de volwassen Vera van 38 die een stabiele relatie heeft met Lucien, verder iedereen op afstand houdt, voor haar werk dieren fotografeert en haar toevlucht zoekt in hun huis 't fort.

Vanwege haar jeugd en onverwerkte trauma's wil Vera geen kinderen. Wanneer Lucien dat wel wil, komen er scheuren in hun relatie en in Vera's veilige bestaan.

Verhoef wist me een paar keer flink te verrassen met de plotwendingen. En toen ik dacht dat ik wist hoe het af ging lopen, en ik dat eigenlijk een beetje jammer en voorspelbaar vond, kwam er nog een nieuwe onverwachte wending. Ik vond het einde mooi.

Tegenlicht is een bijzonder boek, ook wel heftig van thematiek, maar erg goed geschreven. Voor wie het nog niet heeft gelezen: een aanrader.

 

Fragment:

'Ik kon er niets aan doen,' besluit ik mijn verhaal.

De conrector kijkt me doordringend aan. In zijn lange vingers houdt hij de uiteinden van een pen vast en legt hem voor zich op het bureaublad. 'Is het weleens in je opgekomen dat de dingen die jou overkomen niet aan je klasgenoten liggen?'

Ik schud mijn hoofd, pers mijn lippen op elkaar. Wat bedoelt hij?

'Kinderen reageren niet voor niets zo op jou,' gaat hij door, en hij zwaait zijn pen in mijn richting heen en weer, alsof het een aanwijsstok is. 'Dat heeft een oorzaak.'

[...]

'Je gedrag Vera. Je roept het over jezelf af. Het is altijd wat met jou. Daar kun je andere leerlingen niet steeds de schuld van blijven geven.' Hij prikt met de pen naar me. 'Het ligt aan jou.'



november 2014

Kou uit het oosten

Ken Follett, uitgeverij Van Holkema & Warendorf (Boekerij)

Op de dag dat ik deze leestip plaats, 9 november 2014, is het 25 jaar geleden dat de Muur in Berlijn viel. In Folletts nieuwe boek, deel drie van de Centrury-trilogie, komen het leven in de DDR en de val van de Muur uitgebreid aan bod. De pagina's waarop de Oost-Duitse personages bij Checkpoint Charlie staan te wachten tot de grenswachters daadwerkelijk de slagboom en de grens openen, zat ik half huilend te lezen. Een bewijs van het vakmanschap van mijn favoriete auteur Follett.

Voor wie het nog niet kent, de Century-trilogie is een imponerend drieluik waarin Ken Follett de geschiedenis van de twintigste eeuw uit de doeken doet. Opeenvolgende generaties van Amerikaanse, Engelse, Duitse en Russische families nemen de lezer mee langs de vele opzienbarende gebeurtenissen in de vorige eeuw. In het eerste deel zijn dat onder meer de Russische Revolutie en de oprichting van de Volkenbond, in het tweede deel de Spaanse burgeroorlog en de Tweede Wereldoorlog en in dit nieuwe slotdeel gaat het over de Cuba-crisis, de tijd van JFK en zijn broer Robbert Kennedy, de Koude Oorlog en het leven in de DDR en, gelukkig, ook over wat lichtere onderwerpen, zoals de popindustrie.

 

Ik heb diepe bewondering voor deze titatenklus die Follett heeft geleverd. Hij weet prachtige personages te beschrijven die aanvoelen als je vrienden en hij is een ontzettend goede schrijver van historische fictie. Na het lezen van deze trilogie heb ik zoveel bijgeleerd over de afgelopen eeuw, en dat op een heel ontspannen manier: door lekker te lezen!

Eén kritiekpunt heb ik ook op Kou uit het oosten: het boek is te dik. De vorige twee delen waren elk al 900 pagina's lang. Dit laatste deel is meer dan 1100 bladzijdes rijk en soms lijkt het alsof de schrijver je werkelijk iedere politieke vergadering in de jaren '60 laat bijwonen. Zelfs voor deze diehard Follettfan was het wat teveel van het goede. Maar... goed blijft het! En leerzaam bovendien. Een prachtig boek voor veel uren leesplezier. 

 

Fragment:

'Laat ons gaan! Laat ons gaan!' scandeerden de mensen links en rechts van Lili aan de oostkant.

  Waarop vanaf de westkant van de grenspost werd gereageerd met 'Kom! Kom! Kom!'

  De menigte was steeds verder naar de grenswachten opgeschoven en kon de slagbomen nu bijna aanraken. De bewakers hadden zich inmiddels teruggetrokken. 

  Achter Lili strekte een zee van burgers en een lint van auto's zich verder dan het oog reikte over de Friedrich Strasse uit.

  Iedereen besefte dat dit een kruitvat was. Lili vreesde dat de bewakers lukraak op de mensenmassa zouden vuren. Ze hadden te weinig munitie om zichzelf te beschermen tegen tienduizend boze burgers, maar wat konden ze anders?

  Al meteen kwam op deze vraag het antwoord.

  Opeens verscheen er een officier die riep: 'Alles auf!'

  Waarna alle slagbomen direct openzwaaiden.



oktober 2014

Het negerboek

Lawrence Hill, uitgeverij Ailantus

Soms is er zo'n boek waarvan je telkens denkt, o ja, dat wil ik nog lezen, maar het komt er steeds niet van. Dat overkwam mij bij Het negerboek dat in 2011 in Nederlandse vertaling verscheen. Laatst zag ik het in de bibliotheek liggen en greep mijn kans. Eindelijk!

Deze roman vertelt over de afschuwelijke werkelijkheid van de slavenhandel in de achttiende eeuw. Het was een handel waar ook veel Hollandse zeelieden, kooplieden en investeerders hun brood mee verdienden maar in onze geschiedenisboeken (op school) valt er niet veel over te lezen.

Het negerboek gaat over Aminata die als meisje van 11 uit haar geboortedorp wordt weggevoerd door Afrikaanse slavenhandelaren en eenmaal aan de kust aangekomen op een naar de dood stinkend schip, onder leiding van blanke vreemdelingen, naar Amerika wordt gebracht. Daar vangt haar leven als slavin aan, maar ze kan zich er nooit bij neerleggen. Altijd blijft er de wens om de oversteek terug te maken, om terug te keren naar Afrika.

Ze is slim en krijgt de kans om te leren lezen en schrijven en boekhouden, en waar ze kan grijpt ze de kans om een beter bestaan op te bouwen waarbij haar grote droom altijd levend blijft. 

 

Het negerboek is een dikke roman met een belangrijk verhaal dat soepel leest, ondanks het zware thema.

 

Fragment:

Ze sleurden me naar de brandmerkplek. Het gloeiende ijzer was gebogen als een reusachtig insect. Toen ze ermee op me af kwamen liet ik alles lopen. Ze richtten een vingerlengte boven mijn rechtertepel en drukten het ijzer in mijn vlees. Ik kon de brandlucht ruiken. Pijn schoot door me heen als hete lavagolven. De lui die me hadden vastgehouden lieten me los. Mijn enige gedachte gold hitte, en pijn. Ik kon me niet verroeren. Ik opende mijn mond, maar er kwam geen geluid uit. Eindelijk hoorde ik een kreun aan mijn mond ontsnappen. Armen om me heen. Het gekrijs van een volgende vrouw. Ik gleed weg.



september 2014

Pogingen iets van het leven te maken

Hendrik Groen, uitgeverij Meulenhoff

Wie Hendrik Groen in werkelijkheid is, is een raadsel (want een pseudoniem) maar hij heeft een hilarisch boek geschreven dat mij heel vaak deed gniffelen, bijvoorbeeld bij de beschrijving van de bewoonsters van zijn verzorgingshuis in Amsterdam-Noord die in strakke leggings en shirts gekleed (want ze vinden zelf dat ze er nog best goed uitzien) naar de ouderengym gaan, waarbij hem alle lust om mee te doen vergaat.

Hendrik is een bejaarde man die met zijn gezondheid kwakkelt maar een scherpe geest heeft. Helaas mist hij de moed om zijn scherpe observaties over onder meer het treiteren van de 'zwakken' door andere bewoners uit te spreken. Hij blijft altijd beleefd en vriendelijk.

Om zich toch uit te spreken, begint hij een dagboek. Daarin vertelt hij over het leven in het verzorgingshuis met zijn soms bizarre situaties, en over de oprichting van de besloten vereniging Oud-maar-niet-dood. Samen met de andere clubleden organiseert hij uitstapjes en maken ze het leven nog wat aangenaam. Ook is er Eefje, een nieuwe bewoonster met wie Hendrik het goed kan vinden. Ze gaan met z'n tweeën uit eten, en Hendrik krijgt een kus, waar hij het nog warm van krijgt. Maar ze zijn oud, en hoeveel tijd is hen nog gegeven?

 

Pogingen iets van het leven te maken is een hilarisch, makkelijk leesbaar boek dat inzicht geeft in het leven in een verzorgingshuis en in de zorgsector maar vooral in de menselijke ziel. Lees, en lach!

 

Fragment:

Evert kwam trouwens goed nieuws brengen: de felicitatiedienst voor eenzame oudjes was bij gebrek aan vrijwilligers opgeheven.

Wildvreemde mensen die je op je verjaardag komen toezingen en daarna je taart opeten is van een gezelligheid die je hevig naar eenzaamheid doet verlangen. Toegegeven: ik had zelf vorig jaar niet de moed ze de toegang te weigeren. Evert wel. Bij hem gingen ze daarna buiten voor de deur toch nog 'Lang zal hij leven' zingen.



augustus 2014

Parijs

Edward Rutherfurd, uitgeverij De Fontein

Wat is Parijs een prachtig, heerlijk boek!

Ik zag er twee weken geleden een korte recensie van in een krant en dacht meteen, dat lijkt me mooi: bijna 800 pagina's over de stad Parijs en haar bewoners door de eeuwen heen.

En wat een prachtig boek is het inderdaad. Ik had nog nooit van de schrijver gehoord maar weet inmiddels dat hij nog twee van zulke romans schreef: New York en Londen. Ook die zullen nog wel hun weg vinden naar mijn boekenkast, want ik ben fan!

 

Rutherfurd vertelt zijn verhaal aan de hand van een zestal families, die in de loop der eeuwen met elkaar te maken krijgen. Het boek is niet chronologisch opgebouwd maar gaat heen en weer in de tijd; het vroegste deel speelt in 1261, de laatste pagina's spelen in 1968. De periode tussen 1875 en 1940 krijgt het meeste aandacht, maar af en toe maak je dan een duik terug in de tijd en loop je met voorouders van de personages mee door het middeleeuwse Parijs, of tijdens de Bartholomeusnacht, toen de hugenoten massaal werden vermoord, of in Versailles bij de Zonnekoning Louis XIV.  

De roman is zo veelomvattend dat ik niet eens een poging ga doen om het verhaal samen te vatten. Lees het zelf maar!  

 

Fragment:

Klokslag halftwee maakten Eiffel en een groep van meer dan honderd hoogwaardigheidsbekleders zich op om de toren op te gaan. Het was jammer dat de liften het nog steeds niet deden, maar dat weerhield hen er niet van om de trap naar het eerste platform te beklimmen. Een van de afgevaardigden had hoogtevrees, maar wilde toch per se naar boven, en ging daarom met een zijden sjaal om zijn ogen gewikkeld.

   Eiffel nam de tijd. Hij bleef vaak staan om details van de constructie uit te leggen en zijn bezoekers op adem te laten komen. Op het eerste platform moesten de bar, de brasserie en de twee restaurants, een Frans en een Russisch, nog worden ingericht voor de publieke opening, die de volgende maand zou plaatsvinden.



juli 2014

Jager

Kim ten Tusscher, uitgeverij Zilverspoor

Kim is een Twentse collega-schrijfster met wie ik een leuk contact heb. Samen zullen we in november (woensdag de 5de) een lezing geven in de bibliotheek in Hengelo. Het leuke is dat Kim en ik allebei fictie schrijven maar wel van een heel ander soort; zij schrijft fantasy. Het is een genre waar ik nog weinig leeservaring in heb, dus was ik extra benieuwd naar Kims recent verschenen boek Jager.

Jager is het eerste deel van een tweeluik; het vervolg Prooi zal volgens planning voorjaar 2015 verschijnen.

Jager is een kloek boek van bijna 400 pagina's dat leest als een trein.

 

Het boek vertelt over Meaghun, een geharde Jager, Godinnenzoon en leider van zijn leger. Hij jaagt echter niet op dieren, maar op mensen. Of eigenlijk op een mengeling daarvan, de wisselaars die in staat zijn om hun mensgedaante af te leggen en in een krachtig dier te veranderen, zoals een wolf.

In het land van Meaghun, waar zijn moeder de Godin Margal is, gelden deze wisselaars als slecht en volgers van duivel Moriën. Het is Meaghuns taak, en die van zijn broers en mede-Jagers, om de wereld te zuiveren zodat Margals macht overal zal heersen.

Onbekend met het fantasy-genre las ik dit spannende verhaal in het begin met af en toe een vraagteken. Hoe goddelijk was die Godin eigenlijk, moest ik dat voor waar aannemen? En die wisselaars, hadden die nu echt een soort toverkracht en veranderden ze echt in dieren? Ik moest even de 'leesregels' leren kennen.

Later bleek dat die wisselaars echt in een dier kunnen veranderen, en er zijn magiërs die over magie beschikken zoals dat ze zich onzichtbaar kunnen maken. Mijn twijfels over de goddelijkheid van Margal stuitten op een interessante verhaallijn die ik hier niet ga verklappen - lees het zelf maar. 

Meaghun, die een diep gewortelde afschuw van wisselaars voelt en hen gedreven opjaagt en doodt, wordt door één van de wolf-wisselaars gebeten en heeft vanaf dat moment vreselijke nachtmerries. Zijn onderdrukte angst dat hij zelf ook een wisselaar gaat worden groeit, en tegelijkertijd groeit zijn twijfel over de juistheid van Margals visie en regels. De mensen van wie hij het meest houdt, en die hij het meest vertrouwt, lijken zijn vijanden te gaan worden als hij zich zou uitspreken. Dus probeert hij zijn gedachten en angsten te negeren en voor hen te verbergen. Hij gaat zich echter merkwaardig gedragen en natuurlijk krijgt iemand achterdocht. Voor Meaghun is de tijd van afwachten voorbij; hij moét een keuze maken over hoe hij verder gaat. Zal hij breken met zijn verleden en de vijand worden van alles waar hij voor stond?

 

Kim schrijft niet alleen een ander genre dan ikzelf, onze schrijfstijlen lopen ook erg uiteen. Al lezende was ik natuurlijk ook aan het analyseren en aan het vergelijken. Mijn eigen schrijfstijl kenmerkt zich door veel aandacht voor sfeerdetails en beschrijvingen van omgeving en karakters. Kims boek kenmerkt zich door nadruk op het tempo. Jager is een spannend verhaal dat ik maar lastig kon wegleggen. Ik wilde steeds weten hoe het nou verder ging. Hoe zat het nou met Margal? Werd Meaghun nu echt een wisselaar of was zijn angst alleen maar dat, een nachtmerrie?  

Na het lezen van de laatste bladzij denk je maar één ding: Kim, schrijf snel door aan Prooi, want ik ben heel benieuwd hoe het verder zal gaan!

 

Fragment:

Enkele nachten geleden had hij gedroomd dat hij het levenloze lichaam van zijn oudste dochter vasthield. Kaïnda zat onder het bloed en het had even geduurd voor hij besefte dat de vieze smaak die hij proefde het bloed van zijn oogappeltje was. Het wakkerde een verlangen aan dat hij niet kon bedwingen. Voor hij nog een hap had kunnen nemen, was hij erin geslaagd zichzelf wakker te kijgen. Hij had onbedaarlijk gehuild. Hij twijfelde er niet aan dat dit ooit zou gebeuren als hij geen oplossing vond.

   Meaghun balde zijn vuisten terwijl hij aan de nachtmerrie dacht. Zover krijg je me nooit, Moriën.

 



juni 2014

Landgoed Longbourn

Jo Baker, uitgeverij Cargo

Wat een heerlijk boek!

Aan de basis van deze roman staat het boek Pride & Prejucide van Jane Austen. Austen beschrijft hierin hoe de familie Bennet alles in het werk stelt om de vijf dochters van een goed huwelijk te voorzien; in het begin van de 19de eeuw was een welgestelde echtgenoot immers het enige levensdoel voor nette jongedames. De dochters Jane en Lizzy vangen een vette buit: de heren Bingley en Darcy. En daarmee is alles goed gekomen. 

Jo Baker neemt dit als uitgangspunt maar vertelt het verhaal vanuit de bediendenvertrekken en met de bedienden als hoofdpersonages. We leren het jonge meisje Polly kennen, de livreiknecht James, meneer Hill en mevrouw Hill, de huishoudster. Het belangrijkste personage is het dienstmeisje Sarah, die als wees uit het armenhuis is gehaald door mevrouw Hill en nu haar leven mag slijten met werken voor de familie Bennet op hun huis Longbourn.

 

Baker heeft een heerlijk boek geschreven dat vanaf begin tot einde boeit en regelmatig verrast, vooral de tweede helft waarin de Bennets meer op de achtergrond raken, is heel sterk.

Wat mij als mede-schrijver opviel, is hoe goed Jo Baker zich heeft verdiept in (onder meer) het huishoudelijk werk van die tijd. Met veel aandacht voor de juiste historische details maar tegelijkertijd heel vlot leesbaar, geeft ze weer hoe het leven er toen echt aan toe ging. Dat vereist veel research maar maakt het verhaal des te waardevoller.

Hetzelfde geldt voor de officieren van de militie die in Pride & Prejudice veelvuldig aanwezig zijn, zoals meneer Wickham. De jongedames zwermen om de mannen in hun knappe uniform heen en hopen hun harten te veroveren.

Jo Baker vertelt het waarom van die militie, over de Napoleontische oorlog die in Spanje wordt uitgevochten, en over de hardvochtige regels die in het leger werden gehanteerd.

 

Meer vertel ik niet over het verhaal, om niets te verklappen, maar lees dit boek, het is goed!

 

Fragment (over Sarah):

De jongedames mochten zich dan gedragen alsof ze onder hun kleding glad en gesloten waren als een standbeeld van albast, ze lieten wel hun vuile hemden op de slaapkamervloer achter om ze te laten weghalen en reinigen, en betoonden zich daarmee de broze, lekkende en gevorkte wezens van vlees en bloed die ze in werkelijkheid waren. Misschien gaven ze daarom opdrachten vanachter een borduurring of over de rand van een boek: zij had hun zweet, hun vlekken, hun maandelijkse bloed weggeboend; zij wist dat ze geen verheven engelen waren en daarom konden ze het niet opbrengen haar recht in de ogen te kijken.  



april 2014

Eilanders

Susan Fletcher, uitgeverij Artemis & co

Een boek dat vooral bijzonder is door de schrijfstijl die perfect aansluit bij het verhaal en de personages; de stuurse bewoners van het fictieve (Schotse?) eiland Parla.

Op Parla wonen al generaties lang dezelfde families. Iedereen weet alles van elkaar en kent elkaars leed maar zwijgt er meestal over. De zware levensomstandigheden met schurende wind en zeestormen hebben de eilanders gevormd.

Dan spoelt er een man aan op het strand van Sye, een grote man met een donkere baard, die beweert aan geheugenverlies te lijden en die de legende over de Visman nieuw leven inblaast. De Visman die uit zee zou komen om één of alle mensen van het eiland te helpen.

Langzaam, heel langzaam (de tekst is stroef en traag, maar op een fraaie, beetje poëtische manier) leert de lezer de bewoners en hun drama's kennen en jawel, de Visman, de onbekende, brengt veel in beweging en voor velen begint er iets te helen.

 

Fragment:

Ze bleef glimlachen, wat er ook gebeurde. Ze drukte koude stenen tegen de zwellingen, bewaarde de tanden die Jack uit haar mond sloeg en naaide op een avond met naald en draad haar eigen hoofd dicht terwijl ze zichzelf in de weerspiegeling van een opgewreven lepel bekeek. Ze neuriede, haalde haar schouders op, kuste haar kinderen en vond troost in een in leer gebonden boek met de titel Mythen en volksverhalen. Daarin stonden de verhalen waarmee ze was opgegroeid en die via de stem van haar moeder tot haar waren gekomen - over de Visman, de pratende vogels, de zeestapels bij Parla die ooit reuzen waren geweest. Er was geen pijn die niet verzacht kon worden door dit boek.



maart 2014

Het hart van alle dingen

Elizabeth Gilbert, uitgeverij Cargo

Wat een mooi omslag heeft dit boek, wat is het een bijzonder verhaal en grotendeels volkomen meeslepend. Dat laatste mag ook wel, met 550 pagina's, maar ik vond dit boek amper weg te leggen, zo boeiend.

De eerste honderd pagina's zijn subliem! Daarin vertelt Gilbert het levensverhaal van armoedzaaier Henry Whittaker, die in 1780 op botanische ontdekkingsreis wordt gestuurd en na vele jaren een schatrijke plantenkweker in Noord-Amerika is geworden. Hij heeft een Hollandse vrouw getrouwd; de rest van het boek gaat over hun dochter Alma.

Alma groeit op tot een struise en stuurse vrouw die zich in haar eenzaamheid volledig toelegt op botanie en later specifiek op het bestuderen van mossen. Tijdens het lezen kwam die groene wereld helemaal tot leven voor me, het was echt alsof ik met Alma meeliep over haar familielandgoed; prachtig! Het boek deed me erg denken aan de hedendaagse tv-avonturier Redmond O'Hanlon en zijn helden. Helemaal passend komen aan het einde van het boek de ontdekkingsreizigers en schrijvers Charles Darwin en Alfred Russel Wallace voorbij.

Het hart van alle dingen is te veelomvattend om helemaal te beschrijven. Het gaat over ontdekkingsreizen en over Alma's vreemde maar bijzondere leven. Sommige delen van het boek vond ik minder goed, zoals de vreemde snuiter Ambrose Pike die een engel wil zijn en de stukken waar de schrijfster duidelijk als 'goeroe' te horen is op de pagina's.

Maar de rest van het boek maakt die minpuntjes meer dan goed. Het hart van alle dingen is een prachtige, beeldend geschreven roman die me nog lang zal bijblijven.

 

Fragment:

'Er komt nooit meer een man die mij wil hebben,' zei Alma.

'Waarschijnlijk niet, nee,' zei Hanneke nuchter. [...] 'Klop het stof van jezelf af!' ging Hanneke verder. 'Je moeder zal me vanuit haar graf achtervolgen als ik je toesta hier zo als een kip zonder kop rond te blijven lopen, zwelgend in je verdriet, zoals je nu al maanden hebt gedaan. Je botten zijn niet gebroken, dus ga rechtop op je eigen twee benen staan. Wil je soms dat we voor eeuwig en altijd om je rouwen? Heeft iemand een tak in je oog gestoken? Nee, dus houd op met dat geknies!'



februari 2014

De rouwclub

Vrouwkje Tuinman, uitgeverij Nijgh & Van Ditmar

Ik was in de bieb, op weg naar de uitgang, toen ik dit boek zag liggen. Ik had al vaak over Vrouwkje Tuinman gelezen, maar nog nooit haar werk zelf. Meenemen dus!

De rouwclub is een heel ander boek dan ik meestal lees. Het heeft bijvoorbeeld (naar mijn mening) amper een plot, iets wat ik wel belangrijk vind voor een verhaal. Het verraste me bijna hoe lekker het boek (desondanks) las en hoe nieuwsgierig ik bleef naar het vervolg. Het is fijn om als lezer een geliefd genre te hebben, maar ook fijn om dat regelmatig te verlaten voor iets anders. 

 

De rouwclub gaat over het plotselinge overlijden van Harold (35) en hoe zijn vrienden, zijn collega's en zijn vader daarmee omgaan. In de handen van een andere schrijver zou zoiets al snel in een sentimenteel gedoe veranderen, niet bij Tuinman. De lezer volgt de belevenissen van de rouwenden (de begrafenis organiseren, het huis opruimen, huur opzeggen, een tribute organiseren) vanuit verschillende pespectieven. Meestal is Emma aan het woord (Harolds beste vriendin), regelmatig ook Vincent (goede vriend) en Elmer (baas). Het verlies van 'hun' Harold heeft op elk van hen een andere uitwerking. 

De rouwclub is boeiend, leest prettig, is niet somber en regelmatig grappig. Een opvallend boek over een alledaags maar toch bijzonder onderwerp.

 

Fragment:

'Dat is een mythe,' antwoordde Emma zo vriendelijk mogelijk. 'Wormen eten geen mensen. Ze zijn vegetariër. Trouwens, ze hebben geen tanden.' Gaandeweg het betoog begon ze op een reclame voor wasmiddelen te lijken. Ietsje rustiger, dacht ze. Klink neutraal. Geen jenever meer drinken. 'Het zijn maden, en vooral bacteriën die ons verteren.' Ons allemaal, dacht ze. Niet speciaal Harold.

'Nou, dan kunnen die meteen beginnen. Karton. Misschien hebben ze nog puntzakken. Pindasaus erbij.'

In een film zou Raymond de deur uitlopen. In het echt bleef hij gewoon zitten, nam een slok koffie en sloeg zijn armen over elkaar.



januari 2014

Kenau

Tessa de Loo, Uitgeverij De Arbeiderspers

Het boek Kenau is gebaseerd op het filmscript van de gelijknamige film, die vanaf maart in de bioscoop te zien is. De Loo had zich dus grotendeels te houden aan een gegeven verhaal; het lijkt me een lastig uitgangspunt voor een schrijver en soms kon ik dat ook herkennen in het boek. Waarom zou de schrijfster anders de scène waarin Kenaus dochter op gruwelijke wijze om het leven komt, zo afstandelijk beschrijven als ze deed. De dood van Geertruide zou een emotioneel dieptepunt kunnen zijn, maar ik las het alsof het over een alledaags wissewasje ging. Het perspectief verschuift naar de Spaanse bevelhebber, de bad guy, en het volgende moment is alles achter de rug. Ik zag als het ware de camera wegzwenken en het beeld onscherp worden.  

Ja, ik begin deze leestip met een stukje kritiek. Misschien is dit iets wat alleen een mede-schrijver zou opmerken en lezen de meeste lezers eroverheen.

 

Buiten deze en enkele soortgelijke puntjes vond ik Kenau vooral een prettig leesbaar boek waarin de figuur Kenau levensecht wordt neergezet en waarin het Haarlem van 1572 heel goed tot leven komt. Want laat ik eens een korte omschrijving van het boek (en dus de film) geven: In 1572 werd Haarlem belegerd door de Spanjaarden. Het was een langdurige strijd waarin de burgers werden uitgehongerd om ze te dwingen tot overgave. De Spanjaarden hadden echter kort daarvoor Naarden en Zutphen aangevallen en de burgerij uitgemoord, dus Kenau en de rest van de bevolking vechten voor hun leven. Een spannend, grotendeels waar verhaal met helemaal op het einde een verrassend stukje ontknoping.

Wie meer over deze periode wil weten, zou ook Rode sneeuw in december van Simone van der Vlugt kunnen  lezen. Deze roman gaat onder meer over die moordpartij in Naarden en over het leven van Willem van Oranje.

 

Fragment:

Hijgend bleef ze liggen. Een dergelijke vermoeidheid had ze niet eerder gevoeld. Alles deed pijn. Begin ik oud te worden, dacht ze met afschuw. Voor haar bloeide een gele lis, het zonlicht danste op de wiegelende bloem, die glansde alsof er zijdeachtige lak op was gesmeerd. Wat was dit voor een wereld, waarin de mensen erop uit waren elkaar om te brengen. Dat kon toch nooit de bedoeling zijn geweest van een schepper die zoiets moois als deze lis had gecreëerd, zo teer, maar krachtig. Als deze ene bloem vertrapt werd, kwamen er volgend jaar twee of drie voor terug, omdat lissen dikke, knolachtige wortels hadden. Zo wilde ze ook zijn: niet uit te roeien!



november 2013

Bij Starbucks heet ik Amy

Els Quaegebeur, uitgeverij Nijgh & van Ditmar

Wat een leuk non-fictie boek is dit. In korte hoofdstukjes die makkelijk weglezen, schetst Els Q. het New York zoals zij het ziet en onderzoekt. Ze heeft er familie wonen en verhuist vanuit Amsterdam om met haar vriend Len te gaan samenwonen. Onbekend is NY dus niet voor haar, maar ze bekijkt en beschrijft alles met een frisse blik. Deze keer geen gedoe over de glamour en de sterren die in de stad wonen maar verhalen over de 'gewone' New Yorkers. Over dakloze George in het park, voor wie Els vaak een kop thee koopt, over de brandweermannen die als helden worden vereerd, over de straten en wijken, over zelfmoordtoerisme, over dating in NY, over immigranten en hun strijd om te overleven en op te klimmen, over een zwembad voor honden en nog veel meer.

De verhalen zijn vaak luchtig en grappig en dan weer tragisch maar telkens boeiend. Fijn leesvoer!

 

Fragment:

Na drie kwartier wachten word ik zwijgend gesommeerd aan een wankel tafeltje plaats te nemen, tegenover Doctor Zhang.

Hij zit klaar met een lichtroze schrijfblok en een platgekauwd potlood. Nadat ik met hulp van handen en voeten mijn probleem heb uitgelegd, knikt hij ongeduldig: 'Joebwiengjoewien?'

Niet-begrijpend kijk ik hem aan. Ongemakkelijk draai ik wat op het wankele stoeltje. Joebwiengjoewien? Nadat hij het woord drie keer heeft herhaald, de laatste keer op de toon van een boze taekwondoleraar, krijg ik gelukkig hulp van het publiek.

'He wants to know if you brought a urine sample!' brult een mevrouw die in een hoek van de kamer op een stretcher ligt met witte stickers op haar hoofd geplakt.



oktober 2013

Kom naar huis

Julie Kibler, uitgeverij Artemis

Ik had hoge verwachtingen van dit boek vanwege een aantal mooie recensies, maar de eerste honderd pagina's vond ik het tegenvallen. De personages Dorrie en mevrouw Isabelle kwamen maar niet echt tot leven voor mijn gevoel. Gelukkig legde ik het boek niet weg, want vanaf pagina 100 werd het verhaal steeds meeslepender en verrassender. Tegen het einde had ik zelfs kippenvel en emotie-hoofdpijn tijdens het lezen; voor mij is dat het teken dat een verhaal écht goed is.

 

Kom naar huis neemt de lezer mee naar 1939 en naar het 'heden' en de hoofdstukken worden verteld door de bejaarde mevrouw Isabelle, haar jongere ik in 1939 en door Dorrie, de kapster van mevrouw Isabelle. De (blanke) oude dame vraagt haar (zwarte) kapster om haar met de auto van Texas naar Cincinnati te brengen en haar te begeleiden naar een begrafenis. Dorrie heeft aardig wat problemen thuis en grijpt de kans aan om die even te ontvluchten en bedenktijd te hebben. Tijdens de rit vertelt mevrouw Isabelle over haar jeugd in het racistische stadje Shalerville bij Cincinnati. Ze vertelt over het doktersgezin waarin ze opgroeide, over de zwarte Cora en Nell die de huishouding deden en over haar groeiende liefde voor Robert, de zoon van Cora. Die liefde mocht niet bestaan, maar Isabelle en Robert probeerden er toch voor te vechten. Waar dat toe leidde... dat moet je zelf maar lezen!

 

Fragment:

Ik kon me nauwelijks voorstellen dat mevrouw Isabelle degene die ze voor altijd liefhad had opgegeven. Was er dan geen enkele andere manier geweest waarop ze Robert had kunnen vinden? Hoe had ze hem kunnen opgeven? Hén kunnen opgeven? Was Max werkelijk de beste oplossing geweest?

Maar ik wist hoe dit was geëindigd. Ik had bij haar thuis de foto's gezien. Het was een beetje als een droevige film: je hebt gehoord hoe die afloopt - misschien heb je de film al vijf keer gezien, zodat je wéét hoe die afloopt - maar je blijft hopen dat het einde anders zal zijn.

 



september 2013

In tweestrijd

Jenna Blum, uitgeverij Boekerij

Net als heel veel mensen las ik Blums debuut Het familieportret en vond dat prachtig. Haar tweede boek In tweestrijd kocht ik ook maar het bleef daarna zeker een jaar ongelezen in mijn kast staan. Misschien had het te maken met het onderwerp 'tornadojagen' dat me niet enorm aansprak. Afgelopen zomervakantie dacht ik, 'en nu gaat het mee' en las ik het eindelijk en bleek het net als Het familieportret weer heel mooi en ontroerend.

 

In tweestrijd gaat over de bijzondere band tussen de tweelingen Karena en Charles. De lezer komt binnen in het leven van Karena, die eind dertig is, een goed bestaan als journalist heeft opgebouwd maar ook eenzaam is. Hoewel ze haar tweelingbroer Charles in geen twintig jaar heeft gezien, beheerst hij haar leven. Net zoals de vreselijke gebeurtenis die zijn vertrek veroorzaakte, en waar de lezer beetje bij beetje meer over te weten komt.  Charles was als kind al gek op tornadojagen en Karena besluit om een atikel over tornadojagers te schrijven, in de hoop dat ze hem kan traceren.

Jenna Blum laat de lezer voelen hoe het is om zo'n diepe band met een tweelingboer te hebben, een band die Karena zowel gelukkig als heel ongelukkig maakt. Charles lijdt aan een bipolaire stoornis - de oorzaak van alle ellende - en het lukt Blum goed om de wanhopige waanzin van die ziekte weer te geven.  

Op school had ik een vriendin wier zus manisch-depressieve episodes had; ik herinner me vooral al het drama eromheen en dat ik weleens dacht 'doe toch normaal'. Blum laat de lezer voelen hoe ingrijpend en verwoestend manische depressiviteit is, voor zowel de 'patiënt' als de familie/geliefden, en dat 'normaal doen' onmogelijk is. 

In tweestrijd is daarmee niet alleen spannend en prettig leesbaar, maar ook heel verrijkend.

 

Fragment:

Karena veegt met haar voet in het rond, stampt op de pillen, schopt ze in de hoeken. Charles kruipt erachteraan. 'Fuck off,' schreeuwt hij. 'Rot op, K! Laat me met rust.'

'Hoeveel heb je er genomen, Charles? Hoeveel heb je er geslikt? Nou?' Karena tolt in het rond, weet niet wat ze moet doen. Dan laat ze zich naast haar tweelingbroer op haar knieën zakken en krimpt ineen als een paar pillen in haar knieschijf dringen. 'Je moet overgeven, Charles,' zegt ze. 'Steek je vinger in je keel. Nu. Anders doe ik het voor je.'

Charles schudt zijn hoofd.

'Goed dan,' zegt Karena. Ze pakt Charles bij zijn nek vast en schuift huiverend de middel- en ringvinger van haar linkerhand zijn keel in.

 



augustus 2013

Stoom

Willem van Toorn, uitgeverij Querido

In een boekwinkel selecteer ik aandachtig mijn aankopen maar in de bibliotheek vind ik het leuk om zomaar eens iets van een plank te pakken en te proberen. Soms valt zo'n boek vies tegen, maar het kan ook heel goed uitpakken. Zo'n gelukstreffer was Stoom. Het is voor mij de kennismaking met de auteur Van Toorn en ik ga zeker meer van hem te lezen.

 

Stoom vertelt over het jonge leven van Maarten Corbelijn, geboren in 1882, in een stadje aan een rivier. Zijn vader werkt bij het Spoor en wordt overreden door een locomotief. 'Zijn eigen schuld', oordelen de bazen, en ze laten vrouw Corbelijn met haar baby berooid achter, die krijgen geen cent pensioen.

Dat zet de toon voor dit boek, dat gaat over Maartens persoonlijke zoektocht naar werk, naar vrijheid, naar liefde/seks/aandacht en naar betekenis. De tweede 'hoofdpersoon' in het boek is de tijd zelf. Eind 19de eeuw was Nederland in de ban van de industrialisatie en de 'vooruitgang' en ook Maarten vindt alles dat door stoom wordt aangedreven machtig interessant. De schrijver geeft een bijzonder mooi en uitgebreid (in de goede zin, niet langdradig) beeld van het leven van alledag in die tijd. Via Maarten reizen we mee op de stoomtrein en op een rivierschip. Later werkt Maarten op een havenkantoor en wordt hij ijkmeester. Zijn jeugdvriend wordt schoolmeester, en ook die wereld komt mooi tot leven.

 

Wat ik ook leuk vond aan Stoom is om thema's uit mijn eigen schrijfwerk terug te lezen, maar dan op een heel andere manier verwoord. Maarten Corbelijn leeft een tijd in het armoedige, verkrotte Amsterdam, dat ook in Véronique een rol speelt, en Stoom gaat over de groeiende kracht van de (socialistische) vakbond. Over de oprichting van de christelijke vakbond CNV heb ik zelf net een kort verhaal geschreven. En de mooie foto op de cover van Stoom, is gemaakt door fotograaf Jacob Olie, wiens werk in Véronique ook een rol speelt.

 

Fragment:

'Mijn vader had in de haven een ongeluk gehad met een stoomlier,' zegt Marie. 'Kisten die uit de takel vielen. Zijn halve arm was eraf en een stuk van zijn voet. Hij werkte los, dus hij kreeg geen cent. Mijn moeder moest naar de pastoor om armensteun te vragen. Een maand later kwam er koudvuur bij en toen hij naar het gasthuis ging, was het al te laat. Mijn moeder werkte in de wasserij en ze moest er 's avonds bij gaan werken en dan hadden we nog niet genoeg. En Gerrit was de zoon van de stuwadoor. Een jongen met toekomst. Haha. Ik kende hem van school.' Ze doet niks half, Marie, haar lach schalt tegen de gevel van het gebouw.



juli 2013

De Dante-club

Matthew Pearl, Uitgeverij Bert Bakker

Deze leestip heeft zijn oorsprong in het boek Inferno van Dan Brown, dat ik eerder deze maand las. Ik vond het spannend en interessant, maar niet geweldig. Ik herinnerde me dat ik in mijn boekenkast nog De Dante-club van Matthew Pearl had staan. Ik kocht het jaren geleden en las het één keer. Ik was toen flink onder de indruk en na Browns Inferno wilde ik nu Pearls Dante-club nog eens lezen.

 

Voor de enkeling die dat nog niet weet: Dan Browns nieuwe boek is een thriller waarbij de misdadiger geïnspireerd wordt door het veertiende-eeuwse gedicht de Goddelijke Komedie van Dante Alighieri, waarin hij ondermeer een tocht door de hel (inferno) beschrijft. 

Matthew Pearl deed tien jaar eerder iets soorgelijks, en nog beter.

 

Pearls boek speelt zich af in het Boston van 1865. Zijn belangrijkste personages zijn de grote Amerikaanse schrijvers uit die tijd, de meesten verbonden aan Harvard. De bekendste van hen, Henry Longfellow, werkt aan de eerste Amerikaanse vertaling van Dantes Komedie. Daarbij wordt hij ondersteund door collega-schrijvers als James Lowell en Oliver Wendell Holmes en hun uitgever James Fields. Samen vormen zij de Dante-club. Al deze mannen zijn historische personages waardoor het boek een goed beeld geeft van de upperclass kringen van het destijdse Boston. 

De heren schrijvers zijn zeer onder de indruk van Dantes werk maar niet iedereen in Boston deelt die liefde. Ze worden dan ook flink tegengewerkt, onder meer door het bestuur van Harvard.

En dan wordt Boston opgeschrikt door gruwelijke moorden, die door de dichters herkend worden als exacte kopiën van de gruwelen die Dante in zijn Inferno beschrijft. Maar wie pleegt die moorden? Want buiten de leden van de kleine Dante-club is niemand in Noord-Amerika bekend met Dantes werk. Of toch wel?

De schrijvers laten hun pennen liggen en gaan op onderzoek uit.

 

Fragment:

Holmes' astma-aanval had hem dichter bij het verminkte lichaam doen uitkomen dan hem lief was. Maar voor hij weg kon lopen, voelde hij iets langs zijn arm strijken. Iets nats. Het voelde als een hand, maar het was een bloederige, afgebonden stomp. Was hij tegen de bloederige vleesklomp aangebotst? Hij wist zeker van niet, was te ontdaan geweest om een voet te verzetten. Hij voelde zich gevangen in een soort van nachtmerrie waarin men slechts kan bidden dat het maar een droom is.

'Grote God! Hij leeft nog!' schreeuwde de rechercheur, en hij maakte zich kokhalzend uit de voeten, met een gillende commissaris Kurtz op zijn hielen.



juni 2013

De laatste Aedema

Marjolijn van Heemstra, uitgeverij De Bezige Bij

Ik herinner me dat ik deze schrijfster vorig jaar in Jort Kelders programma over de Nederlandse adel zag. Ze zaten in een oud kerkje te praten over de grafkelder van haar familie, als ik me het goed herinner. Zo'n zelfde grafkelder speelt een grote rol in dit boek, waarin Loina van Aedema, de laatste telg uit een eeuwenoud adellijk geslacht, het mysterie van haar verdwenen overgrootmoeder probeert op te lossen.

De laatste Aedema biedt een inkijkje in het leven van adellijke families in het moderne Nederland. Hoe kunnen ze in deze tijd hun tradities van meerwaarde voor de maatschappij laten zijn? Die vraag houdt niet alleen Loina bezig, maar ook de andere leden van de JAVU, de vereniging voor jongeren van adellijke afkomst.

Loina's zoektocht naar zichzelf en naar de betekenis van adeldom in de huidige tijd is interessant, maar ook wat langdradig. Mooi aan dit boek zijn de heldere maar vaak ook grappige schrijfstijl en de speurtocht door Friesland die Loina samen met de stokoude boer Fluit maakt. En dan is er nog de mysterieuze Dawud, een student die ineens in Loina's leven opduikt en die voor een verrassende ontknoping zorgt.

 

Fragment:

Jet Vreesenberg Verleen slingert met haar rollator door de woonkamer. In het mandje staan de kopjes thee die ze ons een kwartier geleden beloofde. Ze stond erop ze zelf te maken. Als ze mij met bevende handen kop-en-schotel aanreikt is de meeste thee over de rand geklotst. Ze gaat tegenover ons zitten, verdwijnt bijna in de grote witte stoel.

Zo, zegt ze, terwijl ze haar theekopje heft als een wijnglas, proost!

We proosten terug.



mei 2013

De laatste winter

Femke Roobol, uitgeverij Luitingh-Sijthoff

De laatste winter is een indringend verhaal over de hongerwinter van 1944. Het vertelt het verhaal van Anna die in het uithongerende Amsterdam moet zien te overleven en daarbij ook de verantwoordelijkheid voor haar moeder en zusje draagt. Ze maakt zich zorgen over haar broer Maarten die tijdens hun voedseltocht naar Putten tijdens een razzia wordt opgepakt en weggevoerd naar Duitsland.

Als lezer volg je afwisselend Anna in Amsterdam, en Maarten en zijn vriend Bastiaan in concentratiekamp Neuengamme. De laatste winter is een boeiend verhaal dat ondanks de zware thema's toch makkelijk leest. 

 

Fragment:

Maarten en Bastiaan kropen dicht tegen elkaar aan. Ze hadden het zo koud en waren doodmoe door alle gebeurtenissen van de afgelopen dagen.

'Welkom in de hel,' mompelde Bastiaan tegen Maarten.

De man in de brits onder hen hoorde zijn woorden. 'Inderdaad. Dit is de hel. Zorg dat je niet opvalt, en wat je ook doet, blijf ver van de ziekenbarak. Als ze je opgeven...'

Hij maakte zijn zin niet af, ze konden wel raden wat hij bedoelde.



april 2013

Zeevonk

Josha Zwaan, uitgeverij Artemis

Zeevonk gaat over het leven van Freya, een Nederlandse vrouw die kort voor de Tweede Wereldoorlog  in Nederlands-Indië wordt geboren en als kleuter samen met haar moeder door de Jappen in een kamp wordt opgesloten. Het lijden is er onbeschrijflijk, evenals de honger. Maar later, na de repatriëring naar Nederland, zegt moeder telkens 'gelukkig was jij toen nog zo klein dat je er niets meer van weet'. Over de ellende van toen wordt gezwegen, zoals moeder over alles zwijgt en de jonge Freya afstandelijk bejegent.

Ook wanneer vader jaren later eindelijk terugkeert uit Indië, dan uitgeroepen tot de Republiek Indonesië , wordt over zijn verdriet en lijden gezwegen.

Freya groeit op tot een vrouw die het leven meer bekijkt dan er aan deelneemt en die veel obstakels in haar hoofd kent om de dingen te doen die ze wil doen, maar die obstakels niet benoemt of aanpakt.

In de jaren '60 reist ze naar Nieuw-Zeeland om te trouwen met de Nederlander Herman. Een man die ze nooit heeft ontmoet. Ze krijgen al snel een zoon en het leven in N-Z is goed maar Freya is niet gelukkig en ze keert alleen terug naar Nederland.  

Wat haar wacht is een leven van werken en van gadeslaan. Zodra iemand dichtbij komt, schept ze afstand, hoewel ze daar ook niet gelukkig van wordt. 

Naarmate ze ouder wordt,  komen er bij haarzelf steeds meer herinneringen aan haar vroegste jeugd boven. Ook moeder wordt loslippiger en tegen de tijd dat ze oud en krom is, toont ze voor het eerst weer haar liefde en zorg voor haar dochter.

 

Tijdens haar leven is er maar één ding dat Freya rust kan geven, en dat is zeereizen maken op het schip Willem Ruys. Josha Zwaan heeft het schip in dit boek een eigen stem gegeven waarmee het als een levend wezen zijn eigen geschiedenis, en die van Freya, vertelt.

Het slot van het boek is zeer toepasselijk en mooi (maar dat moet u zelf maar lezen).  

 

Fragment:

Nu pas begreep ze hoe diep moeder gerouwd had, hoe de onzichtbare tranen diepe voren in haar gezicht hadden gegroefd, hoe het gewicht van het verdriet haar rug steeds krommer had gebogen. Het leven van de mensen om hen heen was indertijd gewoon doorgegaan. De ene orchidee na de andere verscheen in de vensterbank van de erker, tezamen vomden de planten een bloeiend gedèk waarachter moeder haar rouw had verborgen.

  Nu huilde moeder. Het verhaal werd onderbroken. Eerst moest er gekauwd worden. Koek en gebak, een restje soep van de vorige maaltijd, een bakje vla, alles wat eetbaar was kon de tranenvloed stelpen. Daarna kon ze pas verder vertellen.



maart 2013

Kleren maken de vrouw

Hella S. Haasse, Uitgeverij Querido

Ik ben een liefhebber van de persoon en het werk van Hella Haasse. Natuurlijk kocht ik dus ook dit boekje, haar onofficiële debuut uit 1947. Het is een meisjesroman in opdracht, in de serie Carrièreboeken en dat komt duidelijk over. Lezeressen met grote dromen over een modecarrière worden geïnformeerd over wat wel en wat niet haalbaar is, hoe een opleiding voor modetekenares eruit ziet en welke beroepsperspectieven er zijn. Al lezende dacht ik, het zou ook op het beroep van schrijver kunnen slaan. Ook daar kun je als beginneling onrealistische verwachtingen van hebben, en is de realiteit veel 'kleiner' (maar wel mooi!).

 

Kleren maken de vrouw is eigenlijk een ouderwetse chicklit. Ouderwets vanwege het taalgebruik en situering maar qua thema's volgens mij heel vergelijkbaar met huidige chicklits. Het gaat over Reina, die een etage in Amsterdam deelt met Abbie, een wat saaie baan heeft en dan de kans krijgt om een opleiding voor modetekenares te volgen. Daarbij komen enkele romantische verwikkelingen langs en is er de nodige haat en nijd tussen de studentes.

Heel leuk vond ik de weergave van het leven in Amsterdam, eind jaren '30, de tijd waarin het verhaal zich afspeelt. Zo vult personage Abbie de zinken teil met water voor het wekelijkse bad. Grappig.

Opvallend is het enorme verschil tussen dit boek, dat verscheen in 1947 en Haasses kloeke en indrukwekkende historische roman Het woud der verwachting uit 1949. Als je niet weet dat het van dezelfde schrijfster is, zou je dat nooit raden.

 

Fragment:

Op de flat wachtte Abbie met tomatensoep en stamppot. Tine en zij konden al dadelijk goed met elkaar overweg. Tine was verrukt van de kamers, en dwaalde druk pratend rond, terwijl Reina en Abbie aan tafel zaten.

'Enig!' riep ze, manoeuvrerend met een geweldige snee roggebood met bruine suiker. 'Lieve help, wat zitten jullie hier leuk. Ik zie groen van jaloezie! Ik wou dat mijn pa en ma goedvonden dat ik óók in Amsterdam ging wonen -maar dat zal wel nooit gebeuren vóór ik zelf verdien.' 

 



februari 2013

De mooiste kleur die niet bestaat

Maartje Laterveer, uitgeverij Meulenhoff

Wat een indringend boek is dit. Het gaat over Julia Günzburg die de DDR in 1979 ontvlucht en in Amsterdam aan de zijde van Ysbrand een leven van welvaart en vrijheid opbouwt. Maar is die vrijheid niet (te) zwaar betaald? En wat is de waarde van die zo gewenste vrijheid wanneer je hem hebt? Was het de vlucht waard?

Het boek speelt wisselend in het nu (1990) waarin Julia als journaliste naar Berlijn afreist om verslag te doen van de veranderde situatie nu de Muur gevallen is. En dan weer beleven we het jaar van haar vlucht en zien we hoe haar leven er in Oost-Berlijn uitzag.

De Muur valt maar wat betekent het voor het leven van de inwoners van de DDR? Is die gewenste vrijheid net zo waardevol als gedacht?

De gebeurtenissen uit het verleden, de keuzes die de personages ooit maakten, blijven hun leven bepalen. De Muur is maar deels gevallen.

 

Dat besef dat mij tijdens het lezen doordrong, deed mij terugdenken aan mijn stage die ik in 1997 in Hannover doorbracht. Mijn dagelijkse begeleidster en collega, Frau Hohmann, was ook afkomstig uit de DDR. Daar/toen was ze een hoogopgeleide scheikundige, in het Hannover van na de Wende was ze secretaresse. Ik heb Frau Hohmann, aan wie ik nog steeds met respect en plezier terugdenk, wel eens gevraagd naar haar leven in de DDR maar pas nu, bij het lezen van De mooiste kleur die niet bestaat besef ik hoezeer dat verleden nog een deel van haar moet zijn geweest. Ik wist het wel, toen, en ik weet ook nu dat Duitsland in veel opzichten nog niet één is, maar dit boek liet me het voelen.

 

Fragment:

En er liepen mensen over straat die beter gekleed waren dan toen. Oost-Duitsers misschien die eindelijk echte jeans hadden kunnen kopen op de Ku'Damm, of West-Berlijners die geen haast meer hadden, omdat ze nu niet meer voor de schemering terug naar de andere kant hoefden. Er liepen vaders met peuters aan de hand die geen weet hadden en nooit zouden hebben van een wet die hun zou verbieden 's ochtends bij papa op bed te springen.

 



januari 2013

Een goede raad

J.K. Rowling, uitgeverij Boekerij

Dit nieuwe boek van Rowling was al veelbesproken voor ook maar iemand er een bladzijde van gelezen had.  Zo fantastisch als de Harry Potter-verhalen zou het toch niet kunnen zijn? Voor ik er zelf aan begon, had ik al heel uiteenlopende reacties over het boek gelezen op internet en ik was heel benieuwd naar wat Rowling deze keer uit haar pen had getoverd.

Ik werd niet teleurgesteld. Ja, het is anders dan Harry Potter, heel anders. Dit is een boek voor volwassenen, met volwassen thema's die de schrijfster op indringende en regelmatig komische wijze verwoordt. Ik las en las en las en vond Een goede raad in één woord geweldig!

 

Het verhaal gaat over de inwoners van het dorpje Pagford. Een gemeenteraadslid komt te overlijden en zijn zetel komt vrij, waarna  verkiezingen zullen volgen. De verschillende belangen en visies op de maatschappelijke problemen zorgen voor verhitte gemoederen.

In Een goede raad beschrijft Rowling op genadeloze wijze de karakters van haar personages. De manier waarop ze zich tonen aan de buitenwereld, ook aan hun eigen geliefden, en alle angsten, dromen en zwakheden die daarachter schuil gaan. Er komen veel personages in dit boek voor en ze zijn stuk voor stuk mensen van vlees en bloed. Heel knap en roerend beschreven vind ik de tieners Sukhvinder die haar geestelijke pijn te lijf gaat met een scheermesje en zichzelf snijdt, en Krystal die alles tegen heeft in het leven en die haar zorgzaamheid en liefde alleen schreeuwend kan tonen.

Een goede raad is een prachtige vertelling over de moderne westerse maatschappij.

 

Fragment:

Krystal werd bevangen door een naargeestig vermoeden, dat als een aasgier boven haar hoofd cirkelde.

Kay ging door: 'Terri, toen ik hier gisteren was had je gebruikt, hè?'

'Eg nie! Shit! Dattissun vuile... Jij ben un vuile... Ik had niks gebruik, oké?'

Krystals oren suisden. Deze wending was een klap in haar gezicht. Natuurlijk: Obbo moest haar moeder een hele voorraad heroïne hebben gegeven, in plaats van één shot. De sociaal werkster had haar gezien toen ze knetterstoned was. De volgende test bij Bellchapel zou positief zijn en dan werd ze weer uit het programma geknikkerd... 

 



december 2012

Verloren grond

Murat Isik, uitgeverij Anthos

Dit boek verhaalt over het leven op het Turkse platteland in de jaren 1950 en 1960. Op zich niet een onderwerp dat mij bijzonder aanspreekt maar daar ik zoveel lovende lezerreacties op internet tegenkwam (en natuurlijk bij DWDD) heb ik het toch gepakt. En daar heb ik geen seconde spijt van gehad.  

De lezer leeft mee met hoofdpersoon Mehmet, een stille, zachtaardige jongen. Hij woont met zijn ouders en broer en zusje in een klein dorp waar ze hun vee hoeden en een gelukkig leven lijden. Het is ook een eenvoudig leven: water komt uit de put op het dorpsplein, de 'wc' is in een hokje buiten, er zijn volgens mij geen winkels, alleen een slager, geen dokters, amper scholing en er zijn geen wetten; het recht van de sterkste heerst.

Maar Mehmet is er gelukkig.

Dan slaat het noodlot toe. Vader breekt zijn been en aangezien er geen medische zorg is, blijkt een gebroken bot uiteindelijk van levensbepalende invloed op het hele gezin.  

 

Verloren grond is geschreven in mooie taal die prettig leest. Het verhaal sleept je mee en is verrassend. De hoofdpersonen lijden een hard leven vanwege de eenvoud en de ontberingen, een leven dat mij soms bijna middeleeuws voorkwam, maar uiteindelijk draait het allemaal om de liefde binnen een gezin. En die is universeel en hartverwarmend beschreven. Een prachtig, ontroerend verhaal.

 

Fragment:

Als het om botbreuken ging, was er maar één man die ingeschakeld werd: Atilla, de slager. Hij was de enige die de kunst van het spalken beheerste. Hij hield het op een combinatie van techniek en kracht en een vleugje onbestemd talent. Maar waar in het begin zijn enthousiasme voor het spalken groot was, begon hij het hoe langer hoe meer met tegenzin te doen. De verhalen dat hij mensen die om een behandeling vroegen lang liet wachten, kwamen steeds vaker voor. Hij weigerde zijn eigen werk te onderbreken en vond dat alles zijn tijd had. 'Het bot is toch al gebroken,' zou hij meermaals hebben gezegd.

 



december 2012

Wolf Hall

Hilary Mantel, uitgeverij Signatuur

Toen ik een jaar of 15, 16 was, zocht ik in de bibliotheek naar alles waar Elizabeth I, haar vader Henry VIII (met zijn 6 vrouwen) of hun Franse 'tegenspelers' Francois I en Catharina de Medici in voor kwamen. Met name de romans van Jean Plaidy verslond ik met graagte. En nu is daar Wolf Hall.

Wel even wat anders dan het werk van Plaidy, maar ik ben ook niet meer dat meisje van 16. Toch is het handig om flink wat voorkennis over de Europese vorstenhuizen in die tijd te hebben, voor je aan dit boek van Mantel begint. Haar stijl is namelijk prachtig, anders - en daardoor ook even wennen - en vooral alsof de lezer is 'vergeten'. Je beleeft de perikelen rondom het huwelijk tussen koning Henry VIII en zijn tweede vrouw Anna Boleyn vanuit het perspectief van staatsman Thomas Cromwell. Het is bijna alsof je het beleeft vanuit zijn brein. Daardoor wordt er weinig uitgelegd, weinig extra informatie gegeven die helpt om de gebeurtenissen te plaatsen in hun context. Vandaar dat ik zeg, vooraf wat weten over het ontstaan van de Kerk van Engeland en hoe de verhoudingen in die tijd lagen, maakt het boek eenvoudiger te begrijpen.

En dan héb je ook een prachtig verhaal in handen. Over een tijd waarin mensen vrijwillig stierven voor hun (ketterse) geloof en angst voor de hel het leven beheerste. Over de hoofse tijd waarin edelen prachtige gedichten voor hun dames schreven maar de dagen vol van verraad en gekonkel waren. En over het bijzondere leven van Thomas Cromwell. Genieten is het!

Wolf Hall is deel 1 van een trilogie, deel 2 Het boek Henry is kortgeleden verschenen. Mantel ontving voor beide boeken de BOOKER-prijs.

 

Fragment:

Alice zegt: 'Meester, het is meer dan twee jaar geleden dat tante Elizabeth stierf, uw vrouw. Schrijft u naar de kardinaal om hem te vragen of hij de paus vraagt om haar uit het vagevuur te laten?'

'En jullie tante Kat dan? En jullie nichtjes, mijn dochters?' zegt hij.

De kinderen kijken elkaar even aan. 'We vinden dat zij er nog niet zo heel lang zijn geweest. Anne Cromwell was trots op haar rekenwerk en schepte erover op dat ze Grieks leerde. Grace was ijdel, ze was trots op haar haar en ze zei altijd dat ze vleugels had, en dat was een leugen. Wij vinden dat ze misschien wat meer moeten lijden. Maar de kardinaal zou het kunnen proberen.'

 



oktober 2012

Nacht van het kwaad

Ken Follett, uitgeverij Unieboek Het Spectrum

Follett is één van mijn favoriete auteurs en ik had daarom vóór verschijning van dit boek al veelvuldig op internet en in het echte leven gemeld dat het vast een fantastisch boek zou zijn. Ik heb de meer dan 900 pagina's verorberd als een ijsje op een hete zomerdag, (dus) het is zeker een meeslepend verhaal. Toch is het niet zijn beste boek, en ook wat minder dan deel 1 van deze trilogie over de twintigste eeuw. Dat komt doordat Follett heel grondig en volledig wil zijn in het vertellen van de geschiedenis. In dit boek dat over WOII gaat, komen bijvoorbeeld ook de strijd in fascistisch Spanje in de jaren '30 en de teloorgang van de Duitse Weimarrepubliek in dezelfde jaren voor. Ook de ontwikkeling van de kernbom in zowel Amerika als Rusland, de motivatie van de Japanners om Pearl Harbor aan te vallen en de stalinistische zuiveringen komen aan bod. Ik lees Follett niet vanwege zijn mooie zinnen, het is allemaal vrij rechttoe-rechtaan. Maar wel lees ik hem om de manier waarop hij een verhaal weergaloos tot leven brengt. Ook in dit boek weet hij ondanks de vele, vele onderwerpen en de evenzovele personages de spanning hoog te houden. Knap werk en ik heb ook weer nieuwe zaken over die zwarte periode geleerd, bijvoorbeeld dat kort voor 1940 ook in Engeland het fascisme sterk aanwezig was.

Een goed boek dus, zeker een aanwinst voor mijn boekenkast. Maar ik hoop dat Follett in zijn volgende boek iets minder breedsprakig is over de geschiedenis en weer meer de tijd neemt voor de individuele personages.

 

Fragment:

Hij had afgeleerd als een soldaat te marcheren en had zich de slome, sjokkende tred van een boer inmiddels tamelijk overtuigend eigen gemaakt, vond hij zelf. Hij had nooit een krant of een boek bij zich. Zijn haar was voor het laatst geknipt door een bar slechte barbier in de armste wijk van Toulouse. Hij schoor zich ongeveer eens per week, zodat hij meestal met een stoppelbaard rondliep, wat hem verrassend goed op een grijze muis deed lijken. Hij waste zich niet meer en had daardoor een rijpe geur om zich heen hangen die mensen ervan weerhield om hem aan te spreken.

 



september 2012

Wij waren hier

Karen Thompson Walker, uitgeverij Sijthoff

Wat een heftig en indrukwekkend verhaal. Ik heb er zelfs over gedroomd, en dat overkomt me anders nooit bij een boek. Wij waren hier wordt verteld vanuit het perspectief van de 11-jarige Julia en begint op de dag dat bekend wordt gemaakt dat de aarde langzamer is gaan draaien. Een etmaal, de tijd waarin de aarde om zijn as draait, duurt niet meer 24 uur maar elke dag langer en langer. Een 'dag' en 'nacht' vinden soms geheel in het donker plaats en dan weer geheel in hel licht. De aarde raakt uit balans: vogels vallen dood uit de lucht, het gras en bomen sterven en mensen worden ziek. Het is angstwekkend om te lezen en er zit een zweem van werkelijkheid aan, want wij mensen hebben geen invloed op zaken als eb en vloed en de duur van een etmaal. En wie zegt dat de aarde altijd blijft draaien zoals dat tot nu toe is gegaan?

Hoewel Julia's leven ingrijpend verandert door de vertraging is zij vooral bezig met haar beste vriendin Hannah die haar ineens laat vallen, haar groeiende eenzaamheid op school en haar ontluikende verliefdheid voor Seth. De gewone dingen in het leven van een 11-jarige, die door blijven gaan, ook als de wereld lijkt te vergaan.

Af en toe vertelt Julia iets waardoor je weet dat ze de vertraging (langdurig) zal overleven, ze blikt dan terug op haar jeugd lang geleden. Dat is geruststellend voor de lezer want het is een beklemmend verhaal. Het einde greep me echt aan, vandaar dat dromen, maar ik zal er niets over verklappen. Wij waren hier is een bijzonder boek dat je niet moet lezen in een sombere bui maar bij voorkeur met een ander of met een leesclub want je zult er zeker over willen napraten.

 

Fragment:

Een vrouw in een roze bloemetjesjurk liep haastig tussen de auto's door en stopte oranje pamfletten onder ruitenwissers terwijl de passagiers de andere kant op keken: 'Het einde is gekomen! Toon berouw en red uzelf!'

Ik vermeed haar blik toen ze voorbijkwam, maar ze zocht de mijne en bleef bij mijn raampje staan om door het glas heen te schreeuwen: 'En de Here God zei: "Op die dag zal ik de zon om twaalf uur 's middags onder laten gaan en de aarde overdag verduisteren."'

Mijn moeder klikte de portieren op slot.

 



augustus 2012

De bakkersdochter

Sarah McCoy, uitgeverij Boekerij

Telkens wanneer ik een boek over de Tweede Wereldoorlog uit heb, denk ik 'dat zijn weer even genoeg tranen'.  En telkens duikt er dan weer een verhaal op waarvan ik denk 'dat móet ik lezen'. Zo ging het ook met De bakkersdochter van Sarah McCoy, een roman die vaak in één adem wordt genoemd met Het familieportret van Jenna Blum en er zijn inderdaad een heel aantal overeenkomsten, zoals dat ze beide absoluut meeslepend zijn. De bakkersdochter vertelt twee verhalen, dat van 16-jarige Elsie in 1945 in Beieren die als liefje van een SS-officier de keuze maakt een joods jongetje te laten onderduiken en dat van Reba, een twintiger lijkt me, die in 2007 in Texas haar eigen familiegeschiedenis probeert te ontlopen. Elsies en Reba's levens raken met elkaar verstrengeld en de schrijfster laat prachtig zien hoe persoonlijke overtuigingen in verschillende omstandigheden uiteenlopende gevolgen krijgen. Zo zijn er overeenkomsten tussen de SS-officier en Reba's heerlijke vriendje Riki die tot nadenken stemmen. Heel aangrijpend vond ik  het verhaal van Elsies zus die gedwongen is mee te doen aan het Lebensborn-programma van de nazi's. Weet je niet wat dit was? Lezen dan dit boek! (het zal je niet tegenvallen :-))   

 

Fragment:

Het deed hem verdriet om deze mensen -zíjn mensen- als vee te moeten deporteren, om ze terug te moeten sturen naar de getto's van Juárez, zonder hoop of vooruitzichten. Maar dat waren de regels nu eenmaal, en Riki geloofde in de regels. Niet opvallen, doen wat je moet doen, geen vragen stellen, en dan werd je daar uiteindelijk voor beloond: dat was de code waaraan zelfs zijn vader zich had gehouden. In de krochten van zijn ziel vroeg hij zich af op welk punt het menselijk mededogen het won van de blinde gehoorzaamheid.

 



augustus 2012

Luchtmeisjes

Ingrid van der Chijs, uitgeverij Nijgh&van Ditmar

Een heel fijn non-fictie boek dat net zo lekker leest als een roman. De ondertitel luidt: Verzet en collaboratie van twee stewardessen, en dat omschrijft een groot deel van de inhoud maar er is meer. In iets minder dan 300 pagina's beleef je de ontstaansgeschiedenis van de KLM en lees je over de eerste stoere piloten en de minstens zo moedige stewardessen. En dan is het 1940 en is het oorlog. Net zo abrupt als dat het leven van de mensen toen veranderde, verandert het ook het verhaal. Gevlogen wordt er niet meer en de hoofdpersonages zoeken hun weg. Stewardess Hilda, een Nederlandse beroemdheid, is actief binnen de NSB. Stewardess Trix kiest voor het verzet en vlucht naar Engeland. 

Terwijl ik al lezende de dramatische wendingen in hun levens volgde, bedacht ik dat de tekst op de achterflap van het boek heel juist is: 'Dat beide levens niet simpelweg het pedicaat "goed" of "fout" verdienen, blijkt uit de zeer opvallende keuzes die Trix en Hilda ná de oorlog maken.'  

Luchtmeisjes is spannend, boeiend, verrassend en leest prettig.   

 

Fragment:

Plesman was aanvankelijk niet te verwurmen. 'Ja hoor eens,' zei hij, toen ook Nel erover begon, 'jullie moeten het aan boord zo gezellig mogelijk maken, dan vergeten de passagiers het eten en drinken wel.' Hilda had zich net voorgenomen om dan maar zelf een thermosfles met thee het vliegtuig in te smokkelen, toen de leiding van KLM voor haar herhaalde verzoeken bezweek. Behalve de eerste stewardess van KLM, was ze daarmee ook nog de bedenker van de catering aan boord. Geen wonder dat later in dienst tredende stewardessen vol ontzag over haar spraken.

 



juli 2012

De verdwijntruc

Haley Tanner, uitgeverij Meulenhoff

De verdwijntruc is een klein en groot(s) verhaal tegelijkertijd. Vaclav en Lena, beide een jaar of 10 oud, hebben een hechte vriendschap. Ze zijn kinderen van Russische immigranten en wonen in Brooklyn. Vaclav droomt ervan een groot goochelaar te worden en Lena moet zijn lieftallige assistente zijn. Als immigrantenkinderen hebben ze het sowieso al vrij zwaar in Amerika, maar Vaclav weet niet dat Lena nog veel ergere dingen heeft meegemaakt. Daarover spreekt Lena niet, ze uit zich alleen in soms vreemd gedrag. Rasia, Vaclavs zorgzame moeder, heeft meer in de gaten. Ze houdt van magere Lena alsof het haar eigen dochter is en neemt dan een ingrijpende beslissing om Lena te redden maar daarbij verdwijnt het meisje ook van het ene op het andere moment uit Vaclavs leven. Wanneer ze tieners van 17 jaar zijn ontmoeten ze elkaar weer en dan... (dat moet je zelf maar lezen!)

Als lezer zit je in de hoofden van de personages, dat is heel knap gedaan door de schrijfster. Het is in het begin wel even wennen aan de stijl, die is vaak wat hortend en werkt soms bevreemdend. Maar daardoor word je echt het verhaal ingezogen; je ruikt de borsjt die Rasia kookt, je voelt Lena's weerstand om te eten en Vaclavs wanhoop wanneer Lena verdwenen is.

De verdwijntruc is een prachtig verhaal en goed geschreven. Het is lief en vertederend en tegelijkertijd hartverscheurend.

 

Fragment:

Sinds de avond dat Lena wegging heeft Vaclav haar elke avond goedenacht gewenst. Hardop. Fluisterend. Tijdens logeerpartijtjes wenst hij Lena als het moet goedenacht op de badkamer terwijl hij de wc doorspoelt, zodat niemand het kan horen. Dat doet hij niet omdat hij zich ervoor schaamt, maar omdat die woorden alleen voor Lena bestemd zijn en voor niemand anders; als hij zijn goedenacht verspilt aan de oren van iemand andes dan Lena, dan gaat de kracht ervan misschien verloren.



juni 2012

Mayling

Lucas Zandberg, uitgeverij Arbeiderspers

Ik volg Lucas Zandberg op twitter en wist daardoor dat zijn nieuwe roman Mayling eraan zat te komen, en las daardoor ook een fragment op de website van zijn uitgeverij. Gelukkig maar, want de historische figuren en de beschreven periode (China in de jaren '20 - '50) zijn geen onderwerpen die mij bijzonder interesseren. Dus ik had dit boek makkelijk over het hoofd kunnen zien. Gelukkig gebeurde dat niet.

Mayling boeit vanaf de eerste pagina. De auteur heeft ervoor gekozen om deze ambitieuze dame als ik-verteller te hanteren. En dat werkt goed. Omgeven door corruptie waarvoor ze haar ogen sluit, en zich wekenlang met onbeduidende kwalen in veilige Amerikaanse privé-klinieken verbergend terwijl China en haar volk onder vuur en oorlogsgeweld liggen, weet ze de wereld en mensen vaak naar haar hand te zetten. De schrijver heeft zich goed ingeleefd in zijn bijzondere maar ook megalomane hoofdpersoon en een prettig leesbaar, bij vlagen grappig en zeer boeiend verhaal geschreven.

 

Fragment:

Ik fantaseerde over de triomftocht die de Kwomintang door de straten van Peking zou maken in de richting van de Verboden Stad, met Chiang en mij voorop. Het geplaagde volk zou ons onthalen als lang verloren helden; wij zouden voor de Chinezen zijn wat Jezus voor de christenen was geweest.



mei 2012

Een kwestie van hoffelijkheid

Amor Towles, uitgeverij Orlando

Een kwestie van hoffelijkheid is de debuutroman van schrijver Towles, en een heel goed debuut. Hoewel het wat stroef op gang komt, waarbij ik soms een pagina met aandacht moest herlezen om de inhoud echt door te laten dringen, en het verhaal te kunnen volgen, wordt het al snel heel pakkend. Manhattan eind jaren '30, veel alcohol, feestjes, jazzmuziek en mensen die een facade ophouden en stille wensen en ambities hebben; dat zijn de basiselementen van dit verhaal. Het is een boek waarin niet bijster veel gebeurt maar wat vooral heel sterk van sfeer is. Een bepaalde afstandelijkheid met een oppervlakkig bruislaagje. Je leert hoofdpersoon Katey, net als de andere personages, ook weinig kennen. Pas aan het einde van het boek laten ze het gordijn voor hun persoonlijkheid wat zakken. Dat klinkt misschien niet erg aantrekkelijk, toch vind ik dit boek een echte aanrader. Het was alsof ik naar een tot leven komend schilderij van Edward Hopper keek, een schilder wiens werk op veel mensen kil overkomt maar dat bij mij juist de verbeelding aanwakkert.

 

Fragment:

Vrijdagochtend 1 juli had ik een slecht betaalde baan bij een uitgeverij in verval en een steeds kleiner wordende kring halve kennissen. Op vrijdag 8 juli had ik de ene voet tussen de deur van Condé Nast en de andere tussen die van de Knickerbocker Club, waar de mannelijke fine fleur van New York zich verzamelde. Dit waren de professionele en maatschappelijke kringen die mijn leven de komende dertig jaar zouden gaan bepalen.   



mei 2012

De 100 jarige man die uit het raam klom en verdween

Jonas Jonasson, uitgeverij Signatuur

 

Ha ha, wat een lekker maf boek is dit. Hoofdpersoon Allan ontsnapt uit het bejaardenhuis op zijn honderdste verjaardag en beleeft absurde avonturen in het nu (2005). Tussendoor lees je over het bizarre leven dat hij voordien had, waarbij de ontmoetingen met dictators en presidenten elkaar in hoog tempo afwisselen. Meestal leidt een verhaal ergens naartoe, naar een ontknoping of een overwinning van diverse aard. Dit boek niet en dat is even wennen. Het is grappig, onvoorspelbaar en tovert telkens een glimlach op je gezicht, een beetje zoals de bizarre verhalen van John Irving.  Een leuk en origineel boek!

 

Fragment:

Allan wilde echter niet langer aan tafel zitten en beledigingen aanhoren. Hij was naar Moskou gekomen om te helpen, niet om uitgescholden te worden. Stalin mocht het zelf uitzoeken.

'Ik heb iets bedacht,' zei Allan.

'En dat is?' vroeg Stalin boos.

'Zou je die snor van je niet eens afscheren?'

Daarmee was het diner voorbij, want de tolk viel flauw.

 

 



april 2012

Koffer uit Berlijn

Kristine Groenhart, uitgeverij Atheneum

 

De auteur schreef over de oorlogservaringen van haar (inmiddels overleden) oom Nico. Als 19-jarige student scheepsbouw wordt hij in 1943 als dwangarbeider naar Duitsland gestuurd, samen met een groep andere studenten. Hij houdt dagboeken bij en schrijft veel brieven naar thuis, die zijn de basis voor dit boek geworden. Het interessante aan dit boek is dat het weer een ander, voor mij nieuw, aspect van de Tweede Wereldoorlog belicht. Nico is geen held, ik vind hem zelfs niet heel sympathiek, en ook geen slechterik. Hij is een gewone jonge man die in zware omstandigheden moet zien te overleven.  Koffer uit Berlijn is een goede aanvulling op het genre 'oorlogsboeken', het laat een relatief onbekende kant van die tijd zien en nieuwe grijstinten in die inktzwarte periode. Absoluut boeiend.

 

Fragment (over vertrek naar Duitsland op 12 mei '43):

'Zingend en wuivend zijn we door Overijssel getrokken, alle mensen aan hun huizen, ieder zwaaide, alles hing uit de ramen. In Almelo werden we door een goede ontvangst op het station op ons gemak gesteld. Een juffrouw deelde ons gratis koeken uit, we kregen water.'

 

Fragment (in Berlijn op 30 januari '44):

'Als men een jaar terug alles had afgeschilderd dat ik moest meemaken en de toestanden waaronder we nu moeten leven, had ik beslist gezegd: "Dat overleef ik nooit." En nu bemerk je dat die wil om vol te houden zo groot en sterk is, dat zij zich over de moeilijkste situaties heen werkt.'

 



februari 2012

De kathedraal van de zee

Ildefonso Falcones, uitgeverij Sijthoff

 

Een magistrale roman! Het begin is gemiddeld goed, maar hoe verder je komt, hoe meer je het verhaal en de levens van de hoofdpersonen in wordt gezogen. Fijne personages die geloofwaardig en menselijk zijn, want ook de helden van het verhaal hebben zo hun minpunten. Een rijk boek vol onverwachte wendingen en als het hoofdpersoon Arnau heel goed gaat in zijn leven, na een jeugd van pure armoe en verdriet, ben je zo blij voor hem. Ook een boek dat nadat je het dichtslaat en weglegt nog een tijdje door je hoofd blijft spoken. Zeker een boek waarvan ik op dat moment dacht: dit lees ik binnen niet al te lange tijd nog eens.

 

Fragment:

Maar het schooiertje negeerde hem. Arnau bleef staan terwijl zijn metgezel een houten kist pakte en onder het raam zette; vervolgens klom hij erop terwijl hij naar het raampje keek.

'Moeder,' fluisterde het kleintje.

Met moeite kwam een bleke arm tevoorschijn, die langs de randen van de opening schuurde; de elleboog kwam niet hoger dan de vensterbank en de hand begon zonder te hoeven tasten het haar van het kind te strelen.



februari 2012

Rode sneeuw in december

Simone van der Vlugt, uitgeverij Anthos

 

Ik ben al jaren fan van Simone van der Vlugts historische (jeugd)romans. Mijn favoriet tot nu toe was Zwarte sneeuw, verschenen bij uitgeverij Lemniscaat, maar deze nieuwe Rode sneeuw in december is ook heel goed. Het is een gemakkelijk lezend verhaal dat een moeilijke periode uit onze vaderlandse geschiedenis vertelt. Een periode waarin mensen massaal vanwege hun geloofsovertuiging over de kling werden gejaagd. Bijzonder is ook het contrast tussen onze herinnering aan Willem van Oranje als nationale held en zijn werkelijke leven dat van teleurstellingen en verdriet aan elkaar hing. Kortom, Rode sneeuw in december is een fijn boek waar je heel veel van opsteekt.   

 

Fragment:

'Meisjes, rustig nou,' sust Lideweij. 'Je wordt niet verbrand omdat je af en toe in een protestantse bijbel leest. Margriet Ghysen riep rare dingen door de kerk en dat moet je niet doen. Maar zolang je rustig je gang gaat en andere mensen niet opruit, kun je geloven wat je wilt. Papa wilde alleen zeggen dat we het daar beter niet te veel over kunnen hebben. Thuis wel, maar niet met andere mensen. Voor de zekerheid, begrijpen jullie?'



januari 2012

Een keukenmeidenroman

Kathryn Stockett, uitgeverij Mistral

 

Wanneer je zo’n debuut kunt schrijven, ben je een getalenteerd mens. Stockett deed het en schreef een origineel, pakkend en gemakkelijk lezend verhaal. Een verhaal als dit, over de rassenstrijd in het zuiden van de Verenigde Staten in 1962, doet mij altijd beseffen hoeveel er kan veranderen in relatief korte tijd. Daarom dus vooral een verhaal over hoop.

 

Fragment:

Zaterdagochtend word ik om zeven uur wakker met knallende koppijn en een rauwe tong. Ik denk dat ik er de hele nacht op heb liggen bijten. Leroy kijkt me wantrouwig aan want hij weet dat er stront aan de knikker is. Hij wist ’t gisteren tijdens ’t avondeten en hij rook ’t toen-ie om vijf uur vanochtend thuiskwam.



januari 2012

Val der titanen

Ken Follett, uitgeverij Unieboek

 

Ken Follett is één van mijn favoriete schrijvers. Hij weet historie op een sappige manier tot leven te wekken. Dit Val der titanen is het eerste deel van een drieluik en is allereerst een heerlijk en spannend boek over liefde, onmogelijke relaties, verraad en macht en nog veel meer. Ondertussen krijg je als lezer helder voor ogen hoe ogenschijnlijk kleine dingen tot de Eerste Wereldoorlog hebben geleid. Toen ik dit boek uit had, dacht ik: Follett is echt een groot schrijver dat hij zulke complexe geschiedenis zo goed en zo meeslepend kan uitleggen. En: ik kan niet wachten tot deel twee in de winkel ligt!

 

Fragment:

Maud was doodongerust. Het was zaterdagochtend en ze zat in de ochtendzaal van de woning in Mayfair, maar ze at niets. De zomerzon scheen door de hoge ramen naar binnen. De ambiance was bedoeld als rustgevend ─Perzische tapijten, blauwgroen schilderwerk, neutraal blauwe gordijnen─ maar niets kon haar kalmeren. Er kwam een oorlog aan die niemand nog langer leek te kunnen tegenhouden: de Duitse keizer niet, de tsaar niet, sir Edward Grey niet.



januari 2012

De witte veer

John Boyne, uitgeverij Boekerij

Ik maakte kennis met Boyne’s werk met het bekende De jongen in de gestreepte pyjama en las vervolgens in sneltreinvaart De scheepsjongen en Het winterpaleis. Afgelopen najaar genoot ik van zijn nieuwe roman De witte veer en opnieuw was ik onder de indruk. Al zijn verhalen zijn boeiend en mooi geschreven maar wat ik het meest bewonder is hoe verschillend ze zijn. De witte veer gaat over de Eerste Wereldoorlog, over ontluikende homoseksuele liefde, over eenzaamheid, angst, moed en lafheid. Echt bijzonder mooi.  

 

Fragment:

In Aldershot leerden ze ons niet vechten, maar zo lang mogelijk in leven blijven. Alsof we al dood waren, maar het nog een paar dagen of weken konden rekken als we goed konden schieten en met zorg en precisie een bajonet konden hanteren. De kazerne zat vol geesten, Marian, begrijp je dat? We leken al dood te zijn voor we uit Engeland vertrokken. En toen ik niet sneuvelde, toen ik een van de gelukkigen was… Weet je, we waren met zijn twintigen in onze barak. Twintig jongens. En er zijn er maar twee teruggekomen. Een jongen die gek geworden is en ik.



januari 2012

De graaf van Monte-Cristo

Alexander Dumas, uitgeverij L.J. Veen

 

Hoe vaak zou ik De graaf al gelezen hebben? Minstens tien keer, voor het eerst op de middelbare school. De graaf verscheen in 1845 en is een verhaal over verraad, wraak, (verloren) liefde en triomf. Een heerlijk boek.

 

Fragment:

Lang voordat de dag aanbrak lag Dantès er met open ogen op te wachten. Bij de eerste stralen stond hij op, om vanaf de hoogste top van het eiland de omgeving te overzien.

Toen hij nergens een teken van menselijk leven bespeurde, daalde hij af in de grot. Hij vulde zijn zakken met edelstenen, legde de planken van het deksel zo goed mogelijk op de kist, bedekte alles met aarde zodat het niet opviel, ging naar buiten, zette de vierkante tegel op zijn plaats en legde daarop een hoeveelheid stenen en zand, waartussen hij wat struikjes en mos aanbracht als camouflage.

Nu was het geen tijd meer om zich te vermeien in de aanblik van zijn schatten - nu richtte hij zijn ogen naar de wereld om daar de plaats te gaan innemen, waarop rijkdom de mens recht geeft.



januari 2012

Zondaarskind

Marion Pauw, uitgeverij Anthos

 

Ik ben geen thrillerliefhebber en toch staat deze ‘literaire thriller’ in dit overzicht met leestips. Zondaarskind is dan ook niet nagelbijtend spannend maar wel ontzettend sterk en ook grappig. Een pakkend verhaal over liefde, tegenslag en welverdiende wraak, waarbij de schrijver vooral goed de gedachtewereld van bejaarde vrouwen beschrijft. Ze zet hen neer als interessante mensen, die toevallig ook bibberig en beverig zijn.

 

Fragment:    

Ik had mezelf op die fatale dag ingezeept met Fa lemon mint. Een douchegel die ik gebruikte vanaf de dag dat het op de markt is gekomen. ‘De zachte formule met limoen- en muntextracten verfrist je zintuigen en geeft een verfrissend gevoel op je huid’, stond er op de fles. Het leek me het perfecte antiserum tegen de ouderdom.



januari 2012

De verborgen geschiedenis

Donna Tartt, uitgeverij Anthos

 

Een absolute klassieker, over Amerikaanse studenten die zich verliezen in de klassieke taal en wereld. Spannend en origineel. Een werelddebuut (uit 1992)!

 

Fragment:

Toen ik wakker werd wist ik dat ze hem die dag zouden vinden, ik voelde het in mijn maag op het moment dat ik uit mijn raam naar de sneeuw keek, bedorven en pokdalig, met hier en daar slijmerig gras en overal gedrup.