30 januari 2018

Om van te huiveren

Ik doe al bijna een jaar onderzoek voor mijn nieuwe historische roman, die zoals jullie wel of niet weten tijdens het einde van de Eerste Wereldoorlog speelt. Hoewel het grootste deel van het verhaal zich in Nederland afspeelt, waar de ‘gewapende vrede’ heerste, zoals ik als term tegenkwam, komen ook Duitse familieleden, Engelse vrienden en een Vlaamse vluchtelinge aan bod in mijn boek. Op die manier komt de oorlog bij mijn hoofdpersonen het leven binnen, zoals dat ook voor Nederlanders in die periode gold. Hoe internationaler georiënteerd je leefde of woonde (bijvoorbeeld in de grensstreek), hoe meer je meekreeg van het leed in de landen om het kalme Nederland heen. Denk ik.

 

En tja, wat gebeurde er dan in de landen om Nederland heen? Door romans die ik in de loop der jaren las, televisie en films die ik zag en via kunst uit die periode had ik al een aardig beeld, maar natuurlijk niet gedetailleerd genoeg om op basis daarvan een historische roman te schrijven. Vandaar het doorlopende proces van research doen. In mei afgelopen jaar was ik in York, Engeland, waar een aantal zeer boeiende en leerzame tentoonstellingen waren te zien over het leven van Engelse soldaten maar bijvoorbeeld ook over Engelse vrouwen die als verpleegkundige naar het front trokken. Dat keert terug in mijn manuscript, ik ben zelf erg blij met die mooie verhaallijnen, te danken aan de mensen die destijds zo moedig te werk gingen.

 

Waar ik veel minder over wist, was de Duitse kant van het verhaal. Geen wonder eigenlijk als je bedenkt dat Duitsland in 1918 door de ‘winnaars’ de schuld kreeg toebedeeld van de oorlog, terwijl je nu kunt concluderen dat in 1914 alle partijen met groot enthousiasme ten strijde trokken. Duitsers maar ook de Britten en de Fransen. Over verliezers wordt meestal minder geschreven en gefilmd dan over winnaars, en natuurlijk ben ik net als de meeste Nederlanders veel meer gericht op Engelstalige boeken en films dan op Duitse. Dat in 1918 ook al de kiem werd gelegd voor de Tweede Wereldoorlog, waarbij de Nazi’s natuurlijk overduidelijk wél de ‘fouten’ waren, heeft er vast aan bijgedragen dat ik weinig wist over de Duitse versie van de Eerste Wereldoorlog.

Overigens is dat grotendeels al gecorrigeerd door het geweldige, meeslepende en zeer leerzame boek ‘Val der titanen’ van Ken Follett uit 2010. Follett laat in deze roman families uit alle betrokken landen de revue passeren, en geeft een heel genuanceerd en goed onderbouwd beeld van wie er nu schuldig was aan die vier jaren diepe ellende.

 

Desalniettemin blijft mijn zoektocht naar kennis doorgaan.

Op mijn schrijftafel ligt al weken een stapel boeken die ik uit de bibliotheek heb geleend en keer op keer verleng. Het meest aangrijpende is een bijna 600 pagina dik boek met de titel ‘De Eerste Wereldoorlog in foto’s’. Net zoals we nu op het journaal journalisten in Syrië verslag zien doen, gebeurde dat destijds ook. De fotografen waren overal bij en legden alles vast: van de modderpoelen waarin de trekpaarden vast kwamen te zitten zodat munitie en voorraden de troepen niet konden bereiken, tot de tientallen foto’s (alleen in dit boek al, dus in totaal zullen het er veel meer zijn) van in de loopgraven gesneuvelde soldaten. Die foto’s laten me huiveren en maken alles dat ik al las over deze strijd zoveel reëler. Ik blader verder en kijk in het gezicht van een gestorven Duitse soldaat, een bladzijde verder in dat van gesneuvelde Britten. Dan foto’s van mannen die zitten te eten of een brief schrijven in hun modderige onderkomens en op de volgende pagina’s actiefoto’s van de slag bij de Somme, waarbij je mannen de loopgraaf uit ziet klauteren, recht hun dood tegemoet.

De tekst onder deze foto luidt: 'Het slagveld was bezaaid met in staat van ontbinding verkerende lijken en de stank was vaak ondragelijk.'

 

Ken je die foto’s van concentratiekampen uit de Tweede Wereldoorlog? Waarbij je eigenlijk niet wilt kijken maar toch naar de ogen en gezichten blijft staren? Van die foto’s die je nooit meer vergeet en waardoor de gruwelijkheid van toen echt binnendringt?

Datzelfde heb ik met de foto’s uit dit boek.

Onmisbaar om een beter begrip van de hele periode te krijgen, maar ook verschrikkelijk.

 

Hierdoor begrijp ik ineens 2 dingen beter: waarom je overal in Frankrijk nog steeds gedenkmonumenten met namen van gesneuvelde soldaten tegenkomt (ik besef nu pas goed hoe ingrijpend die oorlog was), en ook waarom de geallieerden in 1938 (Anschluss) en 1939 (Polen) zo lauw en weinig doortastend reageerden op Hitlers agressie; ze hadden de ergste gruwel pas kortgeleden doorstaan, dan doe je alles om dat niet nogmaals te laten gebeuren.

 

Als ik overlees wat ik hierboven schreef, zou je bijna denken dat ik een vreselijk naar boek vol ellende ga schrijven. Dat is (gelukkig) niet waar. Mijn personages zijn juist steeds op zoek naar redenen om door te zetten, en om in het geluk te blijven geloven. Bovendien gaat het me juist om het leven in Nederland toen, hoe was dat? Toch ben ik blij dat ik al die nieuwe kennis en inzichten heb opgedaan, en ik denk dat dat misschien één van mijn redenen is om dit boek te schrijven; om dat alles te delen met lezers, zónder dat zij ook eerst een jaar research hoeven te doen.